Zoeken

Bruno's BlogBoek

Ooit het internetdagboek van een CEO, nu de regelmatige opiniestukken van een vrije ondernemer met een co-operatieve instelling en op zoek naar een duurzaam evenwicht op het internet en in de wereld

Aan de vooravond van 2017

De Warmste Week is alweer achter de rug. Bijna 8.000.000 euro opgehaald voor meer dan duizend goede doelen. Mensen kunnen duidelijk samen door één deur zolang de media maar een beetje helpen. We leven immers in een mediacratie, een media-democratie, een regering door de media. Dan lukt plots alles.

Het Warmste Jaar komt er alweer aan. Een jaar vol gijzelingen waarvan de media dagelijks zullen smullen om de verschillen en geschillen uit te vergroten:

  • IS die de wereld zal gijzelen met het islam geloof
  • Trump die de Amerikanen zal gijzelen met zijn verworven macht
  • Europese landen die elkaar zullen gijzelen rond de Europese Unie
  • CD&V die een Belgische regering zal gijzelen rond het Arco dossier
  • Oppositie die een Vlaamse regering zal gijzelen rond een warme samenleving
  • Royal Antwerp FC die haar supporters zal gijzelen rond een beloofde promotie

Kortom, 51 weken aan een stuk zullen we weer kunnen genieten van onze overgemediatiseerde, gepolariseerde en verzuilde samenleving waarin besluitvorming en daadkracht zo goed als onmogelijk geworden zijn.

Maar rond Kerst 2017 zal alles plots weer een weekje beter worden met

  • De Warmste Week van Studio Brussel die meer dan 10.000.000 euro zal samenbrengen
  • De Kerstboodschap van Koning Filip die weer zal zeggen dat de warme maatschappij binnen handbereik ligt
  • De eindejaarsconference van Michael Van Peel, de echte premier van Vlaanderen die weer 2017 Overleeft

Ik kijk alvast uit naar de volgende 52 weken mediacratie; geregeerd worden door een partij die in 2018 (lokaal) en 2019 (nationaal) nochtans op geen enkel stemformulier zal prijken.

Toch wil ik in 2017 niet aan de zijlijn blijven staan of teksten schrijven die niemand leest. Op 11 juli deed ik een warme oproep aan de Vlaamse regering om werk te maken van Smart Flanders, een keiharde en georchestreerde samenwerking rond één Vlaams socio-economisch project dat kan zorgen voor de welvaart en het welzijn van alle Vlaamse burgers. De Visienota 2050 is intussen in het Engels vertaald (omwille van een bezoek aan US. Sic) maar het blijft nog steeds wachten op de vertaling van die visie in een operationeel plan voor de komende jaren. Dit mag echter geen mission impossible worden.

Misschien Studio Brussel eens bellen. Naast die ene Warmste Week is die zender immers 51 weken beschikbaar om alle niet-politici te mobiliseren rond Smart Flanders en zo van het “Arm Vlaanderen” van onze grootouders het “Warm Vlaanderen” voor onze kleinkinderen te maken. “Denken, durven, doen” maar dan zonder (verzuilde) politici. Dat zou pas een burgerbeweging zijn.

Beste wensen voor een warm en slim Vlaanderen in 2017.

iMinds is #ICTWoordVanHetJaar2016

Ooit stonden juristen en economisten aan het hoofd van dit land maar nu historici de plak zwaaien mogen we terug in de tijd gaan om de toekomst te begrijpen. Eind van deze maand wordt de nieuwe convenant (de beheersovereenkomst voor de komende 5 jaren, nvdr) van imec naar alle waarschijnlijkheid zonder enige parlementaire vraag op een drafje goedgekeurd door de Vlaamse regering. Iedereen wil immers kerst gaan vieren en in aanloop naar een parlementair reces stijgt de besluitvaardigheid van ons politiek apparaat. Voogdijminister is Philippe Muyters, de minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport. Wie de penhouder is voor deze levensbelangrijke convenant weet ik niet. Een sportieve economist? Een innoverende werker? Ik weet het niet.

Aan Bruno Beerschot, met dank voor je steun in moeilijke tijden. Je stijl en respect voor integriteit en ethiek inspireert” schreef penhouder Theo Dilissen op 23 april 2003 als persoonlijk woordje op de eerste pagina van zijn boekje “Kennis Maken”. Als topman van Real Software (en Manager van het Jaar 2001) maakte hij een scherpe analyse van het toenmalige economische weefsel. De ondertitel “Van kennen naar kunnen: kritische kanttekeningen bij de NV Vlaanderen” reflecteerde de ambitie van deze voormalige topsporter. In afwachting van de verkoop van Real Software aan Gores had de man immers zijn oog laten vallen op de ministerpost Economie, Wetenschap en Innovatie in de paarse regering. Zijn boekje was een aanloop om alle intelligentia in Vlaanderen in beweging te krijgen. En liefst in de richting van Minister Dilissen.

SM (social media!) rector Torfs was nog geen hoofdtwitteraar van KU Leuven maar zijn voorganger Prof. Dr. André Oosterlinck schreef het voorwoord in “Kennis Maken”. “Om een succesvolle dynamiek van de kenniseconomie op gang te brengen, hebben we nog een lange en niet altijd evidente weg af te leggen. Dit boek geeft een aantal onmisbare wegwijzers aan. De belangrijkste is wellicht de noodzaak van de opmars van de kenniseconomie. Nog niet iedereen is daar blijkbaar van overtuigd. Na de lezing van dit boek zal dat anders zijn”. Dat de Leuvense rector het voorwoord schreef was geen toeval. Als oudste universiteit van het land kan je beter zo snel mogelijk zoete broodjes bakken met een nieuwe minister.

Natuurlijk schreef Theo zijn boekje niet alleen. Zijn eerste verkiezingspamflet werd gesponsord door ISS, Solvus, Microsoft, HP, Baker & McKenzie, Oracle en Business Objects. De penhouder (of ghostwriter) was Erik Durnez die op 80 paginas het prachtige en krachtige verhaal van Theo op een zeer verhelderende wijze toelichtte. Het boek las inderdaad als een trein en sierde in daadkracht. “Kleefkracht zeven” was het laatste hoofdstuk. Daarin werden zeven punten meegegeven om de kleefkracht van Vlaanderen te vergroten en zo de kenniseconomie daadwerkelijk in te bedden in onze regio. Nu de nieuwe imec convenant in de maak is krijgt de afsluitende paragraaf van “Kennis Maken” plots een historische betekenis. “Ten zevende. Een intelligente sturing door de overheid is aangewezen. Twintig jaar na Flanders Technology moeten we de volgende sprong wagen. We hebben behoefte aan een IMEC in andere vakgebieden. Van DIRV naar DURF. Van kennen naar kunnen. Wie start met Flanders Knowhow? Waar blijft de Kennisrevolutie in Vlaanderen?

Theo is geen minister geworden. De man kwam uit Antwerpen en paars werd aangestuurd vanuit Hasselt, Gent en Oostende. Antwerpen was in die tijd de parking. Fientje Moerman verstond het dialect van Guy Verhofstadt en zij werd de nieuwe Minister van Economie, Innovatie en Werk. Maar de voormalige spelverdeler van de nationale basketbalploeg had ooit wat bijlesjes gegeven aan de keizer van Oostende en werd daarvoor bedankt met het voorzitterschap van Belgacom. Tja, Bellens was het vriendje van Di Rupo en rood had toen aardig wat te zeggen in de Brusselse Telefoon Torens.

Flanders Knowhow is er gekomen in 2005. De penhouder en stille kracht hierachter was Prof. Dr. Paul Lagasse van UGent en toen voorzitter van het IWT. Het kwam op de wereld als IBBT. Niet het Initiatief voor Beter Beeld op Televisie maar het Interdisciplinair Instituut voor Breedband Technologie. We hadden eindelijk een onafhankelijke onderzoeksinstelling die in opdracht van de Vlaamse overheid innovatie binnen ICT stimuleert en daardoor een blijvende en positieve impact creëert op de maatschappij. Vraaggedreven, interdisciplinair onderzoek in samenwerking met technologie leveranciers en gebruikers, excellente research in maatschappelijk relevante domeinen, stimuleren van ondernemerschap en het uitbouwen van een breed (inter)nationaal ecosysteem voor ICT innovatie. IBBT bewees hier op korte tijd dat software –en niet hardware- de échte kracht van verandering en innovatie is. Het feit dat de grootste bedrijven ter wereld (Google, Facebook, Microsoft, Amazon) software bedrijven zijn is het bewijs van deze stelling. Apple is volgens velen hardware maar Steve Jobs himself positioneerde Apple steeds als software in de mooiste (hardware) verpakking.

Met IBBT werd maar één fout gemaakt; de naam. Leg maar eens uit waar IBBT voor staat, je krijgt het zelfs niet uitgesproken in de taal van Obama. Te lang hebben we gewacht met de rebranding naar iMinds. Want iMinds zegt het allemaal. In Vlaanderen zit de grondstof immers tussen 1,5 en 2,0 meter boven de grond. En dat is de enigste grondstof die we hebben. iMinds moet de katalysator zijn en blijven voor de uitbouw van de kenniseconomie in Vlaanderen. Daarom roep ik in deze laatste column iMinds uit tot #ICTWoordVanHetJaar2016. Omdat het aangeeft waar Vlaanderen voor moet gaan en staan.

De penhouders voor de nieuwe imec convenant dragen een zware verantwoordelijkheid. Het samengaan van imec en iMinds mag geen snelle overname worden maar moet een nieuw strategisch onderzoekscentrum (SOC) worden; een (h)echte NewSoc, op basis van een ‘best-of-both-worlds’ principe. Ik wou dat Theo er nog was. Dan kon hij de voogdijminister uitleggen dat wanneer een voetbalploeg een basketbalploeg overneemt er niet noodzakelijk een betere sportvereniging ontstaat. Nieuwe hardware heeft steeds nieuwe software nodig, nieuwe software zorgt voor (business model) innovatie maar heeft niet noodzakelijk nieuwe hardware nodig. Het Vlaams economisch weefsel en vele global innovators zijn ook klanten van de NewSoc, niet alleen een paar hardware multinationals. Kan het Vlaams parlement hieromtrent deze week een paar vragen stellen? Wordt het “imec, powered by iMinds” of “iMinds, with imec inside”? Graag een keuze, geen compromis. Lokale software ondernemers hebben hun voorkeur, globale hardware multinationals ook. Maar de Vlaamse belastingsbetaler beslist. Over naar het Vlaams parlement dus.

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd en onder een lichtjes gewijzigde titel op 16 december 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van datanews magazine)

Digitale koterijen

De Datanews CIO of the Year is intussen bekend en de jury heeft het nogmaals overleefd. Wat 20 jaar geleden startte als een “ICT manager van het jaar” projectje is sinds enkele jaren uitgegroeid tot een prestigieuze “CIO of the Year” happening met alles erop en eraan. Alleen “Onderneming van het Jaar” en “Manager van het Jaar” doen het beter dan deze hoogmis van de ICT sector.

Tijd om even achter de schermen te kijken en uit de biecht te klappen. De kroon ontbloten is schering en inslag in dit land maar een Datanews jurylid moest destijds in de handen van hoofdredacteur Baudouin Elleboudt, reserve-kolonel bij de Gidsen, zweren op het hoofd van zijn vrouw en kinderen dat hij alle jurygeheimen zou meenemen in zijn graf. Inderdaad, het waren toen allemaal mannelijke juryleden. Er is blijkbaar nog niet veel veranderd want de CIO of the Year is alweer een man. Ondanks petities, betogingen en zelfs dreigbrieven van de #straffemadammen heeft de Datanews redactie het toch gewaagd aan de jury een shortlist van vijf mannen voor te leggen. Baudouin zou trots geweest zijn op zijn troepen vandaag.

Baudouin is ons inderdaad veel te vroeg ontvallen en bij vele juryleden komen de lippen dus geleidelijk los ondanks de dure eed die gezworen werd. Bij velen zijn de kinderen echter het huis uit en sommigen zijn reeds aan hun tweede of derde vrouw. Datanews was toen in handen van de Nederlandse VNU maar voor de catering van de jury zorgde Baudouin persoonlijk. Karnemelk en brood zijn immers niet de juiste brandstof voor de hersenen. Jureren voor de ICT Manager van het Jaar was eerder een Michelin of Gault Millau proeverij dan een evaluatie van een ICT rolmodel. Elk jurylid denkt met weemoed terug aan de villa –met zwembad- in de Hulstlaan waar de Datanews redactie destijds gevestigd was. Wat een wijnkelder, wat een cognacbar! Legendarisch was de uitspraak van een befaamde prof die voorstelde per vogelpik te beslissen toen twee kandidaten exact hetzelfde aantal punten van de jury hadden gekregen.

Het was de spreekwoordelijke druppel. De zakelijke Nederlanders konden deze bacchanalen niet meer aan en verkochten de Datanews parel aan Roularta. Onmiddellijk werd alles professioneler. De “ICT manager van het Jaar” werd uitgebouwd tot “CIO of the Year”; voor de schermen moest alles glamour en glitter worden want de macht was aan de media. Achter de schermen werd het echter allemaal wat minder. Geen jurering in de villa meer maar in het zakelijke Roularta gebouw aan de Nato. De Dom Pérignon werd plots een cider, de foie gras een broodje en de wijn werd water. Juist het potlood en een stapel ponskaarten voor de juryleden werden behouden. Begrippen als cost-of-ownership en business alignment deden hun intrede, later kwam er zelfs elevator pitch, lean & mean en burnrate bij. De eerste generatie van juryleden gingen met honger –en dorst- van tafel en met hen verdwenen ook de laatste bits en bytes. ICT is intussen mainstream geworden en velen willen de “CIO of the Year” reeds upgraden tot “CDO of the Year”.

Voor mij echter geen Chief Digital Officer maar een Chief Disruption Officer. Omdat ik digitaal al lang geen bijvoeglijk naamwoord meer vind. #WeAreDigital en digitaal moet een zelfstandig naamwoord én een werkwoord worden. Een werkwoord voor iedereen. Want de digitale (!) kloof is er nog steeds. Vroeger ging het over hebben of niet hebben. Over het hebben van een personal computer, over het hebben van internet toegang etc … Vandaag gaat het over kennis en gebruik. Terwijl onze kinderen nooit iets anders hebben gekend dan een digitale televisie en een digitale telefoon zijn er nog steeds velen die meer focusen op het verleden dan op de toekomst of die onvoldoende bewust zijn van –of interesse hebben in- de impact van technologie. Het zijn deze mensen die digitaal nog steeds als een bijvoeglijk naamwoord gebruiken en geloven dat de nieuwe wereld een digitale kopij zal zijn van de oude wereld.

Daarom nomineer ik –na digibesitas, chineren, digipolist, selvie, hinssiaan, twinking en crowdf**cking- deze maand digitale koterij als kandidaat #ICTWoordVanHetJaar. Digitale koterij ontstaat wanneer we bestaande processen digitaliseren zonder enige zin voor vernieuwing en verandering. Het dokters- en medicatiebriefje had al lang kunnen afgeschaft worden maar ik vrees dat het ene zwarte tekst op een groen en het andere zwarte tekst op een wit scherm zal worden. Laat technologie het werk doen. “Eliminate the middleman” belooft blockchain. Maar hier in België is het traditionele middenveld alweer onderweg met het bouwen van digitale koterij. We misten de eID en de e-commerce trein. Gaan we de blockchain speedboot ook missen?

Ter afsluiting. Dit jaar is een vrijkaartje voldoende maar kunnen volgend jaar de heren en de dames van de Jury naast de CIO of the Year en het ICT Project of the Year ook een winnend ICT Woord van het Jaar selecteren? Altijd goed voor mijn clickrates. Ik zal alvast de broodjes van de jury betalen.

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 18 november 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van datanews magazine)

Crowdf…ing

Herbert Marshall McLuhan (21 juli 1911, Edmonton, Canada – 31 december 1980) was een Canadees filosoof en wetenschapper die zich onsterfelijk maakte met zijn veelbesproken stelling “the medium is the message”. Hij beweerde dat de media een verlenging zijn van de menselijke zintuigen en zowel het individu als de maatschappij op een bepalende manier beïnvloeden. Hij verdeelde de communicatiemiddelen in hot (met hoge intensiteit, zoals radio en film) en cool (lage intensiteit, zoals telefoon en televisie). Met zijn veelbesproken stelling bedoelde McLuhan dat het communicatiemiddel een beslissende stempel drukt op de betekenis van de boodschap. Met de woordspeling in de titel van zijn boek “The medium is the massage” bedoelde hij dat de media een doordringende, knedende, dus als het ware een masserende werking bezitten. Vandaag twijfelt niemand aan zijn kernbewering; om de huidige wereld te begrijpen dient men de media te begrijpen. Tot zover Wikipedia, de Encyclopedia Britanica, de Winkler Prins van het internet.

Weinigen weten dat McLuhan in 1959 reeds sprak over ‘the global village’ lang voordat dit voor iedereen zichtbaar werd met de opkomst van het internet en het wereldwijde web. De man zou dus zeker een mening gehad hebben over de sociale media van vandaag. Zou hij ze hebben ingepast in de dualiteit hot/cool of zou hij een derde categorie verzonnen hebben? Ik geloof in het laatste. McLuhan had naast hot en cool waarschijnlijk gesproken –in analogie met fast food- over fast media. Het gaat vandaag niet alleen over sociale media maar vooral over snelle media. ‘Om de huidige wereld te begrijpen dient men de media te begrijpen’. Snelheid en oppervlakkigheid zijn inderdaad schering en inslag geworden in onze hedendaagse samenleving.

In Datanews van 18 maart 2016 nomineerde ik chineren als kandidaat #ICTWoordVanHetJaar maar ik ben er niet in geslaagd te achterhalen wie er enkele weken geleden als eerste via twitter Eandis de Chinese bel aanbond. Plotseling was er een stortvloed van meningen over het verleden en de toekomst van het electriciteitsnetwerk in Vlaanderen. Kortom, de kabel ‘van den elentriek’ die bij ieder van ons thuis en op het werk de lampen laat branden. Daarom hebben velen waarschijnlijk het licht gezien en voelen zij zich geroepen om snel een oppervlakkige uitspraak te maken over de zin en onzin van een Chinese investering in het Vlaamse State Grid. Ik voel me niet geroepen om een uitspraak te maken over de grond van de zaak maar de verwijzing naar de splinter en de balk gaat hier toch even op. In de toekomst gaan Chinezen waarschijnlijk 14% bezitten van het electriciteitsnetwerk en zich jaarlijks verzekeren van 14% van de uit te keren winst. Zal ik iedereen er nog even op attent maken dat Amerikaanse digipolisten (Datanews van 15 april 2016) al jaren zo goed als gratis gebruik maken van de telefonie-, kabel- en draadloze netwerken uitgebaat door onze telecomoperatoren en dagelijks miljoenen advertentieinkomsten zo goed als onbelast vanuit onze locale economie versluizen naar fiscale paradijzen? Hun aandeelhouders worden er beter van, de Belgische samenleving blijft verweesd en verarmd achter. Wanneer gaat dit debat eindelijk gevoerd worden met kennis van zake i.p.v. de snelle en oppervlakkige Eandis soap van de voorbije weken?

Laat ons elkaar ook behoeden voor snelheid en oppervlakkigheid in de vele interessante crowdfunding dossiers die vandaag als paddenstoelen uit de grond schieten. Er staat aardig wat geld op spaarboekjes, spaarboekjes brengen niets meer op maar kijk uit wanneer bankiers en ondernemers elkaar vinden via powerpoint presentaties. Business plannen worden doorgaans gepresenteerd via powerpoints maar worden opgevolgd via spreadsheets. Het is dus een hele uitdaging voor potentiële investeerders om op de juiste manier te investeren in de juiste initiatieven. Ik raad bij deze elke crowdfunder aan zich wat te verdiepen in Warren Buffet en andere succesvolle investeerders vooraleer op basis van een flashy presentatie van enkele slides een emotionele beslissing te nemen. Lernout & Hauspie was jaren geleden crowdfunding avant la lettre maar het gerechtelijk dossier loopt nog steeds. Sommige L&H investeerders van het eerste uur voelen zich –terecht of onterecht- genomen en nemen nu het woord crowdf…ing in de mond. De nominatie van deze maand voor het #ICTWoordVanHetJaar; crowdf…ing. Leve de snelheid en de oppervlakkigheid.

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 14 oktober 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van datanews magazine)

 

Eerst nadenken, dan tweeten

Waarom stopt het bedrijfsleven toch steeds in de maanden juli en augustus? Schoolvakantie, parlementair reces en zelfs bij Roularta legt men de drukpersen stil zodanig dat we zonder onze Datanews op vakantie dienen te vertrekken en ander papier moeten vinden om de barbeque aan te steken. Deze zomer was het nog erger; Tour de France, voetbal én olympische spelen zorgden voor een nooit geziene daling van de productiviteit in ons land. Waar is de tijd dat het ene gewest het andere verweet dat het België aan de rand van de afgrond bracht? De voorbije maanden zat iedereen broederlijk in driekleur naast elkaar voor een klein, groot of supergroot scherm en daalde het bruto-binnenlands-product zienderogen. Met als logisch gevolg dat begin september bij Caterpillar en AXA aan de alarmbel werd getrokken. Hoge loonlasten, lage intresten op spaarboekjes klinkt het dan terwijl iedereen gewoon rustig voor TV zat en de weinigen die toch aan het werk waren systematisch werden afgeleid via allerlei commentaren op sociale media. Wil je de productiviteit in België omhoog krikken? Sluit Facebook en Twitter af, zo eenvoudig is het.

Het wereldwijde energieverbruik van het internet stijgt jaarlijks met 7% want Facebook, Twitter en andere sociale media staan nooit stil. Ik denk dat ze zelfs pieken in de zomermaanden. In die periode hebben de mensen immers nog meer tijd om meningen te ventileren en elkaar de duivel aan te doen. Dus is de commotie op en rond sociale media dan het hoogst. Zo stelde ik op 29 juni (!) 2010 op mijn blog reeds dat Twitter is the Vuvuzela of the internet. Everyone has a horn, blows it loudly, resulting in pure buzzing noise. Deze zomer was het weer zover, sommigen noemden Twitter zelfs een riool en pleitten voor een boycot. Riolen hebben echter hun nut, vraag het maar aan de inwoners van het oude Rome en daarom mijn warm pleidooi voor een juist gebruik van Twitter. Laat ons stoppen met tweeting maar starten met twinking. Twinking is het samenvoegen van tweeting en thinking; eerst nadenken, dan pas tweeten. Verzint eer gij begint. En zo hebben we –na digibesitas, chineren, digipolist, selvie en hinssiaan– de september nominatie voor het #ICTWoordVanHetJaar gelanceerd.

Op 30 augustus ll. had ik bvb. graag wat meer twinking en wat minder tweeting gezien naar aanleiding van het persbericht van de Europese Commissie over de 13 miljard euro illegale belastingsvoordelen waarvan Apple had geprofiteerd. De eerst tweets, zelfs van gereputeerde business magazines, nagelden Apple aan de schandpaal en dat was een steek door mijn hart. Sinds mijn eerste leerjaar eet ik elke dag een appel, ik schrijf dit stuk op een MacBook Air, heb een iPhone SE in mijn binnenzak, vul mijn Tax-on-Web in op mijn iPad en slaap al jaren met oordopjes om te wennen aan de draadloze Apple AirPods die nu pas beschikbaar zijn. Kortom Apple kan voor mij niets verkeerd doen. Toch werd Apple via de vele tweets met alle zonden van de wereld overladen.

Twinking zou echter Ierland met alle zonden van de wereld overladen hebben. Want het persbericht uit Brussel gaf niet alleen Apple een veeg uit de pan maar vooral Ierland. Dat ontdek je echter pas na een tweede lezing en wat nadenken. De vraag is immers niet wie door de deur is gestapt maar wel wie de deur heeft opengezet. Het gras is altijd groener aan de overkant en dat zetten die Guinness drinkers al jaren in de praktijk rond bedrijfsbelasting. Op een soortgelijke wijze reden ooit de “couponnetjestreinen” van onze (groot)ouders naar belastingsparadijs Luxemburg dat jaren later een vergelijkbare truuk uithaalde om op de digital highway een verlaagd BTW tarief te hanteren. Plotseling deden Amazon en Microsoft al hun online business vanuit Luxemburg. Harmonisatie van verschillende belastingen in de EU-28 zone is ver zoek en daar maken mijn vrienden digipolisten handig gebruik van. Europese outlaws zoals Ierland en Luxemburg blijven de deur open zetten voor global outlaws zoals Apple en Amazon. Tijd dus voor een Brussel met ballen, tijd voor twinking ipv tweeting door Europese ambtenaren, burgers en consumenten.

Om af te sluiten. Microsoft Belgium is een NV, IBM Belgium en Facebook Belgium zijn BVBA’s. Google Belgium is een NV maar Crystal Computing, het Google datacenter in Mons, is een BVBA. BVBA’s zijn besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid die –in tegenstelling tot NV’s- veel minder transparent kunnen opereren. Hebben we echt een persbericht van EC Brussels nodig om hier iets aan te doen? Of speelt België in de poule van Ierland en Luxemburg? Aarzel niet om dit opiniestuk verder te twinken. Je mag het zelfs tweeten.

 

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 16 september 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van datanews magazine)

Een Vlaamse feestdag heeft één Vlaams geschenk nodig

Een Vlaamse feestdag heeft één Vlaams geschenk nodig, van de regering voor alle burgers.

11 juli vieringen. Overal ten velde vind je dit weekend en vandaag maandag weer allerlei festiviteiten. In steden, gemeenten, verenigingen en bij vele groepen Vlamingen wordt deze datum jaarlijks aangegrepen om bij elkaar te komen. Vlaanderen viert feest maar elke Vlaming viert feest op zijn of haar manier. De ene speecht of spuwt, de andere zingt, nog iemand eet of drinkt. Ambtenaren vieren de feestdag met een verlofdag maar aangezien Vlamingen noeste werkers zijn viert de meerderheid vandaag deze feestdag met een stakingsvrije werkdag. Kortom, we bewijzen vandaag alweer onze éénheid in bescheiden- en verscheidenheid. Want ééndracht maakt macht is iets wat de Vlaming nooit echt in de mond heeft durven nemen. We praten weliswaar dezelfde taal en behoren tot dezelfde cultuurgemeenschap maar met zijn allen onvoorwaardelijk hetzelfde denken en doen ligt blijkbaar nog steeds niet in de volksaard. Op dat punt kunnen we allemaal iets van de Limburgers leren …

Historisch hebben we echter bewezen dat we ons wel degelijk achter één vlag kunnen scharen en met een plan ten aanval kunnen trekken en daadwerkelijk onze krachten kunnen bundelen. Dat is immers de geest van 11 juli die juist daarom sinds 1973 de Feestdag is van de Vlaamse Gemeenschap. Op 11 juli 1302 versloegen milities van de Vlaamse steden en gemeenten aan de Groeningekouter bij Kortrijk een leger van Franse ridders te paard. Daar bovenop zorgde Hendrik Conscience met zijn Leeuw van Vlaanderen voor een leuke laag romantiek rondom deze eeuwenoude Guldensporenslag. En zo roept deze dag bij elke Vlaming jaarlijks dezelfde emoties op; een overwinning tegen de Fransen en –bij uitbreiding- tegen de Franstaligen. Een jaarlijkse herinnering aan het onafgewerkte (con)federale België dat in 1830 alleen maar kon ontstaan omdat de grotere ons omringende landen er niet langer voor wilden vechten. Weinigen lijken echter te onthouden dat op 11 juli 1302 Vlamingen samen ten strijde trokken, hun kerktorens en belforten verlieten om samen te werken rond een gemeenschappelijk doel. Wanneer gaan we nu eindelijk beseffen dat op 11 juli 1302 de Vlamingen streden voor hun welvaart en welzijn in plaats van tegen de Franstaligen?

James Freeman Clarke stelde ooit “A politician thinks of the next election. A statesman, of the next generation” en daarmee is bewezen dat Gaston Geens eerst en vooral een staatsman was en vervolgens een politicus. Meer dan een generatie geleden, in 1982, startte deze eerste minister-president van de Vlaamse regering met DIRV de derde industriële revolutie in Vlaanderen op en daarvan plukken we vandaag nog steeds vele vruchten. De omstandigheden waren weliswaar makkelijker; de eerste federalisering van België was juist achter de rug en alle Vlamingen wilden samenwerken rond één gemeenschappelijk project en aantonen dat zij hun toekomstige Vlaamse welvaart, economische activiteit en werkgelegenheid konden waarborgen. “Wij zullen moeten bewijzen dat wij, wat we zelf doen, beter doen” klonk het en er werd handig ingespeeld op de vernieuwing van het industrieel weefsel naar nieuwe technologieën. In Gent rezen de Flanders Expo hallen en de Flanders Technology beurs uit de grond, in Leuven onstond IMEC, GIMV werd opgezet en jaren later kreeg Gaston Geens terecht zijn standbeeld in Aarschot. Hij was er immers in geslaagd een Vlaamse vlag te planten en het Vlaamse volk te laten samenwerken rond een gemeenschappelijk project.

De huidige Vlaamse regering heeft het iets moeilijker dan haar eerste voorgangers onder leiding van Gaston Geens. Na meer dan een generatie en vele staatsmannen (of waren het politici?) hebben we nog steeds niet de juiste staatsvorm gevonden voor dit kleine landje rond Brussel. Erger nog, politici die het in België niet voor elkaar kregen, pretenderen nu zelfs EU op de juiste manier te kunnen organiseren. De wereld is intussen razendsnel globaal en digitaal geworden, Vlaanderen heeft evenveel inwoners als de stadsstaat Singapore en evenveel vierkante kilometers als Los Angeles Metropolitan Area. De media werden bovendien snelle en populistische social media die -samen met oppositie- een win-win model nastreven op basis van het cultiveren van problemen en conflicten in plaats van het stimuleren van de oplossingen en samenwerkingen. Men spint graag garen uit het uitvergroten van een onpopulaire maatregel, een ongelukkige uitspraak of het doorlichten van ongunstige besluiten. Weinig aandacht voor het toelichten van projecten die een volk kunnen samenbrengen rond een gemeenschappelijk doel. Politici worden dus in reactieve of negatieve modus geduwd en niet geholpen bij het proactief en positief uitbouwen van een dragend project.

Nochtans is deze Vlaamse regering zeer actief en goed bezig op vele fronten. Maar ik ben ervan overtuigd dat velen nog niet door hebben wat de vlag is waar men voor staat en wat de weg is die men dagelijks gaat. De burgers zien immers door het bos de bomen niet meer wegens het ondermijnende populisme en korte termijn handelen van media en oppositie. Er werd het voorbije jaar een VISIE2050, een langetermijnstrategie voor Vlaanderen, op punt gezet. Deze toekomstvisie toont het Vlaanderen dat we wensen voor de volgende generatie: een sociaal, open, veerkrachtig en internationaal Vlaanderen dat welvaart en welzijn creëert op een slimme, innovatieve en duurzame manier en waarin iedereen meetelt. Met “You’ve got to think about big things while you’re doing small things, so that all the small things go in the right direction” wordt Alvin Toffler letterlijk en terecht geciteerd in deze visietekst. Maar juist hier wringt het schoentje; er wordt door geen enkele minister een verband gelegd tussen de visie en de dagelijkse uitvoering. Daardoor wordt de indruk gewekt dat iedereen opereert binnen het eigen domein en op eigen houtje. Niets is echter minder waar.

Er is dus behoefte aan één duidelijk signaal. Eén eenvoudig geschenk waar gans Vlaanderen op wacht op deze Vlaamse feestdag. Zoals we ooit DIRV kregen hebben we nu meer dan ooit behoefte aan een vlag en een plan; een kapstok waar we al onze acties aan ophangen en via dewelke we consistent communiceren. Zodanig dat het voor iedereen duidelijk wordt waar we voor gaan en waar we voor staan. Een stevige vlag en een stevige kapstok die door media en oppositie niet meer vernietigd kan worden en die de volgende generatie met hetzelfde enthousiasme kan nalezen op Wikipedia zoals de huidige generatie het doet met DIRV.

In Vlaanderen komen de grondstoffen al lang niet meer uit de grond maar bevindt onze grondstof zich op 1,5 en 2,0 m boven de grond; onze handen en onze hersenen. Juist daarom denk ik dat Smart Flanders of Slim Vlaanderen het juiste geschenk zou kunnen zijn van de Vlaamse regering aan de Vlaamse bevolking op haar feestdag. Op die manier worden de vlag en de kapstok eindelijk duidelijk. Deze regering kan wel degelijk welvaart en welzijn creëren op een slimme, innovatieve en duurzame manier in een sociaal open, veerkrachtig en internationaal Vlaanderen, waarin iedereen meetelt. Er kan een samenwerkingsmodel ontstaan dat verkokering en oppositie overstijgt. We kunnen tevens zorgen voor een unieke beweging van optimisme, wil voor verandering en duurzame vooruitgang binnen alle lagen van de bevolking en tegelijkertijd Vlaanderen positioneren als één dynamisch en leefbaar stadsgewest in het centrum van Europa.

Smart Flanders kan in het buitenland gebruikt worden om Vlaanderen als één merk en een sterke regio te positioneren. Daarnaast kunnen bestaande initiatieven en clusters hier probleemloos aan opgehangen en mee geassocieerd worden. De recente maatregelen klinken plots als Smart Energy, Radicaal Digitaal wordt Slimme Overheid, Smart Health, Smart Logistics, Slimme Mobiliteit, Smart Cities, Smart Ports …. en het zal snel duidelijk worden dat er in Vlaanderen meer gebeurt dan we allemaal denken en dat de strategie daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Volgens een weldoordacht en georchestreerd plan.

Mijn grootvader sprak steeds over “Arm Vlaanderen” maar met dit geschenk zullen onze kleinkinderen spreken over “Slim Vlaanderen”. Wat dat is op deze feestdag het Vlaanderen waar we vandaag allemaal, in binnen- en buitenland, voor willen gaan en staan. Denk er even over na, geniet vooral van deze feestdag maar laat media en oppositie rustig smullen van de opgezette hetze.

Bruno Segers – Voorzitter Flanders Investment & Trade

PS Ik ben nog steeds geen Vlaams nationalist maar in de snel veranderende globale en digitale wereld van vandaag ben ik meer dan ooit een Vlaams economist en Vlaams realist. Alleen een keiharde en georchestreerde samenwerking rond één Vlaams socio-economisch project kan zorgen voor de welvaart en het welzijn van ALLE Vlaamse burgers. De taart moet eerst gebakken worden en kan pas daarna verdeeld worden. First things first in Smart Flanders.

Handen uit de mouwen Hinssianen, gedaan met die bedevaarten!

Mei was een moeilijke maand voor België omwille van de stakingen en in juni wordt er weer niet gewerkt want iedereen gaat voetbal kijken. Van al onze buurlanden is Nederland (en Luxemburg oeps) de enige plek waar de productiviteit in juni niet zal achteruitgaan. Maar niet getreurd, voetbal is een feest. Mijn kleinzoon van 2 jaar heeft zijn duivels pakje al aangetrokken en alle jongeren willen plots profvoetballer worden. Tja, een bonus van 700.000 euro is niet mis. Daar moeten Dominique Leroy en Koen Van Gerven een jaar voor werken bij resp. Proximus en Bpost. En in maart 2017 kunnen we ons alvast klaarmaken voor de geboorte van vele Kevins, Edens, Romelus en al die andere voornamen van afgetrainde lichamen die onze failed state weer op de kaart gaan zetten. Toch blijft het een heerlijke periode; volwassenen die plots fan worden van hun land en kinderen die zich plaatsen in de schoenen van duurbetaalde vedetten die nu al aan het bekijken zijn om zo weinig mogelijk belasting te betalen op hun leuke premies.

Ikzelf ben spijtig genoeg geen fan van één of andere voetballer. Ik ben immers te oud geworden om als een kind weg te dromen van Kevin, Eden, Romelu en al die virtuoze balgoochelaars. Ooit wou ik sprinten zoals Raoul Lambert, scoren zoals Polle Gazon en keepen zoals Jean Nicolay maar zo ver is het nooit gekomen want het enige doelpunt dat ik scoorde heb ik niet gezien. Het was een retro, recht in de winkelhoek, tijdens de veteranen match Olvac – Groenendaal in het Antwerpse liefhebbersverbond. Als er toen smartphones waren geweest was ik alvast een YouTube hit geworden en had ik een nominatie voor het #DoelpuntVanHetJaar op zak.

Neen, ik ben geen fan van een sportfiguur maar ik ben een fan van een ICT-figuur. Na zoveel jaren en kwartalen gespendeerd te hebben in een sector waar de “cost of ownership” blijft afnemen maar waar projecten nog steeds “te laat, te duur en niet werkend” worden opgeleverd kijk ik op naar onze enige echte Belgische digitale wonderboy. Een jonge man die drie bedrijven opstartte en ze succesvol doorverkocht, iemand die boeken schrijft die gelezen worden, een entertainer die verhalen vertelt waarnaar geluisterd wordt en die presentaties kan geven in sneltreinvaart, met of zonder powerpoint. De enige Belgische spreker die in het buitenland fees kan aanrekenen waar zelfs de Amerikaanse topsprekers (en de Rode Duivels) van dromen. Hij heeft een scherpe prijs, een scherpe stem maar hij staat ook scherp. Buiten zijn bril heeft hij alles wat ik niet heb. Ik was mij dagen niet nadat ik hem de hand heb geschud. Ja, ik wou dat ik Peter Hinssen was. Ik ben zijn grootste fan.

Peter is visionair, positivist, optimist, gepassioneerd, ondernemend en een rolmodel voor velen. Na zijn drie startups kopieerde hij zelfs het business model van zijn grootvader die met een luxebus en goedgelovige oude zielen naar Lourdes trok. Peter doet nu hetzelfde; de bus werd een vliegtuig, Lourdes werd Silicon Valley en franken werden dollars. Toch twee grote verschillen. In Lourdes maakt men van water slechts wijwater maar in Silicon Valley maakt men van zand de krachtigste chips. Daarnaast zaten Moeder Maria en Bernadette niet mee op de bus terwijl vandaag de Messias zelf reisleider is. En zo ontstaat in het nieuwe normaal een disruptief maar lucreatief business model onder leiding van deze energieke en immer enthousiaste business ICT koppelbaas.

Ik maak me echter zorgen over deze generatie goedgelovige zielen die beweren in Silicon Valley het licht gezien te hebben en verkondigen dat daar alles anders en beter is. Dat daar alles kan wat hier niet kan. Een Hinssiaan, een volgeling van Peter Hinssen, is een nieuw fenomeen, verdient een nominatie voor het #ICTWoordVanHetJaar maar is tegelijkertijd een bedreiging voor onze samenleving en zou verplicht een kenteken moeten dragen in het openbaar en op sociale media.

Hinssianen zijn immers de nestbevuilers van ons jong maar prachtig ecosysteem van startende en innovatieve ondernemers. Zij hebben over alles en nog wat een mening maar vooral zijn ze doordrongen van het feit dat het “hier” niet kan en dat het “daar” beter is. Bovendien hebben ze zelf zelden of nooit geopereerd buiten de welbeschermde cocoon van één of andere grotere onderneming. Kortom geen enkele praktijkervaring met innovatie en startups maar wel een ongezouten mening over innovatie en startups.

We maken hier weliswaar geen chips van zand maar hier huizen generaties van harde werkers met gezond boerenverstand. We hebben hier alle ingrediënten om de proeftuin te worden in de globale digitale wereld. We kunnen de wereld veroveren vanuit België als we onmiddellijk digitaal en internationaal denken. Vlaanderen heeft evenveel inwoners als Singapore en evenveel vierkante kilometers als Los Angeles Metropolitan Area. In plaats van constant over Silicon Valley te praten zouden we beter samen werk maken van #SmartFlanders. Handen uit de mouwen Hinssianen, gedaan met die bedevaarten!

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 17 juni 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van Data News Magazine)

Tijd voor een #tommeltaks, op elke selvie en selfie

Het gebeurde enkele maanden geleden in Antwerpen tijdens de lancering van Ploy, de nieuwe boy van Randstad. De “Uber van de arbeidsmarkt” klonk het en alle groten van het kleine Belgische ICT wereldje waren aanwezig voor de lancering van de zoveelste app of website die vraag en aanbod in kaart gaat brengen. Deze keer op de arbeidsmarkt en startend met de horeca. De lokale hotelbaas van Google was ook aanwezig. Met hem had ik een hoogoplopende discussie toen ik het waagde zijn bedrijf een digitale mensenhandelaar te noemen en ik die zware beschuldigingen moest terugnemen. Trouwe lezers weten sinds  verleden maand dat ik niet meer over digitale mensenhandelaars praat maar over digipolisten; monopolisten die hun situatie misbruiken bij gebrek aan een regelgevend kader dat wereldwijd afdwingbaar is.

Plots werd het stil op het Randstad event en de Google hotelbaas kroop weg in een hoekje. Want “Hij” was daar; de Kennedy van Oostende, de Mr. Proper van de zwartwerkers, de staatssecretaris voor bestrijding van sociale fraude en privacy, dhr. Bart Tommelein. Enkele dames vielen spontaan in zwijm toen ze deze rijzige figuur in de mooie ogen keken. Gehuld in een blauw pak, stevige handdruk en vastberaden in elk gesprek. Kortom, een politicus zoals we ze nodig hebben in dit land. In zijn eigen stadje aan de zee kreeg deze blauwe bonk de rode keizer nooit van zijn troon gestoten maar digipolisten zoals Facebook en Google daveren op hun benen als ze deze Prins van de Privacy zien binnenkomen. Je moet het immers maar doen; vanuit het kleine Belgie Facebook op de knieën krijgen. De man glunderde toen men mij aan Hem voorstelde als ex-hotelier van Microsoft België en ik Hem persoonlijk kon feliciteren met deze unieke prestatie. Wat jaren niet lukte met de socialisten in Oostende nam slechts enkele weken met de digipolisten uit Amerika. Petje af voor Tommelein.

Groot waren mijn verwachtingen bij de transfer van deze wonderboy van de federale regering naar de Vlaamse. Vice minister-president en minister van energie, eindelijk wat daadkracht en balls op een cruciale positie. De zwarte passionara moest plaatsmaken voor de blauwe Reddy Kilowatt die zich klaarmaakte voor een paar kordate verklaringen. En toen gebeurde wat in vele bedrijven gebeurt. Als iemand er niet (meer) is wordt er snel beslist in zijn of haar plaats. “Exit biomassacentrale” concludeerde de Vlaamse regering zonder medeweten van de nog niet benoemde minister van energie. We zullen dus blijven twijfelen of #turteltaks dan wel #tommeltaks het woord van de maand april wordt. In het blauwe fabriekje weten ze intussen wel hoe de machtsverhoudingen in de Vlaamse regering liggen.

Maar niet getreurd. In deze rubriek gaan we immers op zoek naar het #ICTWoordVanHetJaar en daar komen #turteltaks en #tommeltaks niet voor in aanmerking. Beide woorden hebben immers met energie te maken en energie heeft niets met ICT te maken. Een vergissing die velen nog steeds maken maar dat zal snel duidelijk worden bij het nieuwe ICT woord van de maand.

Selvie. Een selfie is een foto van jezelf en dus is een selvie een video van jezelf. Het woord bestond nog niet en werd –zoals digibesitas– bedacht door de onderzoekers van iMinds. Studio 100 (tja, die gasten zijn er steeds bij als er geld te verdienen valt) en iMinds gaven de primeur tijdens de K3-show van februari en Prof. Piet De Meester lichtte alles toe aan meer dan 1000 techneuten tijdens de iMinds conference de voorbije maand.  Een mens kan het bijna niet geloven maar Google bewijst het. Het woord “selvie” bestond niet voor februari 2016. Volgens mij werd het bedacht tijdens de Gentse feesten de voorbije zomer toen een bende iMinds onderzoekers uit de bol ging en één van hen plots de “f” niet meer kon uitspreken of de aan/uit knop van zijn of haar smartphone niet meer kon vinden. De foto was plots een video geworden. De selvie was geboren. Gewoon nog wat academisch onderzoek om hun bacchanaal te omfloersen en klaar was kees. Een post-it was een toevallige uitvinding, een selvie ook.

Toch ben ik niet gelukkig met dit woord van de maand. Zoals een selfie zal ook een selvie een asociale tijdsvreter zijn. Observeer selfisten of selvisten en bekijk hoeveel tijd ze met zichzelf bezig zijn vooraleer ze die ene “shoot” als hun digitale footprint achterlaten. Het ziet er achteraf allemaal leuk uit maar niemand wordt mooier door elke dag een paar selvies op te laden.

Onze digitale footprint is één ding maar staan we stil bij de daarmee samenhorende carbon footprint? Papier en bomen willen we sparen door het printen uit te schakelen maar we blijven uploaden tegen lichtsnelheid. Datacenters zijn wereldwijd de grootste consumenten van electrische energie geworden. Big data roepen we allemaal maar beseffen we dat de opslag en het manipuleren van deze data het energiegebruik exponentiëel doen toenemen? Hebben we ooit berekend hoeveel energie geconsumeerd wordt door data die ooit historisch werden opgeslagen maar de voorbije jaren nooit meer werden geraadpleegd? Al die foto’s en videos die we ooit de cloud in hebben gestuurd en nooit meer geraadpleegd?

Toch tijd voor een #tommeltaks dus. Wat de #turteltaks deed met de groene energie zal de #tommeltaks doen met alle ICT-energieverspillers. Bart Tommelein kan als kersverse minister van energie alvast wraak nemen op zijn nieuwe collega-ministers die in afwachting van zijn komst in zijn plaats een snel besluit namen. Aangezien onze ministers dagelijks meerdere selfies en selvies posten kunnen zij als eersten bijdragen tot de #tommeltaks. Dan betalen ze ook eens belasting en wordt de Prins van de Privacy een duurzame minister van Vlaamse energie in een wereld waar burgers nog niet doorhebben dat aan elke digital footprint ook een carbon footprint hangt. Geef er een lap op Tommie!

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 13 mei 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van Data News Magazine)

Wie stelt paal en perk aan de digipolisten?

“Waar was jij op  22 maart?“ is een vraag waarop we allemaal ons persoonlijk antwoord binnen vele jaren nog steeds probleemloos zullen kunnen formuleren. Ikzelf zat op de Thalystrein van Antwerpen naar Amsterdam voor een dagtrip naar het Nederlandse Vodafone hoofdkwartier. Enkele minuten na de ontploffingen in Zaventem verschenen de eerste berichten in alle treinstellen via sociale media op de smartphones of draadloos geconnecteerde tablets. Dat mijn terugkeer een probleem zou worden wist ik al bij het uitstappen in Amsterdam waar de annulaties van internationale treinen reeds werden aangekondigd. Wie onderweg een ochtendlijk dutje had gedaan werd in Amsterdam met vele vragen wakker in een andere wereld.

“Waar was jij op 11 september?” kan ik nog steeds onmiddellijk vertellen. In een vergaderzaal van het Microsoftgebouw in Diegem, op wandelafstand van het Nato hoofdkwartier, zaten verschillende collega’s geboeid te luisteren naar elkaar tot marketing directeur Veerle de deur opensmeet met de legendarische vraag “Weten jullie niet wat er in de wereld aan het gebeuren is?”. Natuurlijk wisten we dat niet, geen smartphones en geen wifi, in de buurt. Alleen de collega’s die voor hun scherm zaten ontdekten via internet vrij snel wat er in New York aan het gebeuren was en dat gebouwen in de buurt van andere ‘strategic targets’ onmiddellijk dienden ontruimd te worden. Iedereen wordt graag wakker in een andere wereld wanneer een mooie dame gillend de deur opensmijt maar dit waren zeker niet de juiste omstandigheden. Tijdens de meeting was er trouwens niemand aan het dutten.

Dat waren de twee makkelijke vragen. Nu een moeilijkere vraag waarover even nagedacht dient te worden. “Hoe lang is nine eleven geleden?”. Wel, in september is dat 15 jaar terwijl ik zeker ben dat velen onder ons dachten dat het minder dan 10 jaar geleden was. 15 jaar hebben we er dus over gedaan om hier in Brussel vast te stellen dat ‘het’ ook ons kan overkomen. Ondanks het feit dat ‘het’ in London, Madrid en Parijs in het verleden ook al gebeurd was hadden we nog steeds geen maatregelen genomen om te vermijden dat ‘het’ ook bij ons zou kunnen gebeuren. In Brussel zetelt zelfs de Europese Commissie waar velen al jaren de mond vol hebben over ‘het’ en de nood aan het juiste en afdwingbare wettelijke kader in de wereld van vandaag.

‘We moeten verouderde wetten en regels die hinderpalen opwerpen voor nieuwe digitale° technologieën en de nieuwe businessmodellen die eruit voortvloeien, aanpassen’ stelde het VBO terecht enkele weken geleden. Weinigen beseffen echter dat diezelfde verouderde wetten en regels ook dienen aangepast te worden om te beletten dat nieuwe digitale° technologieën destructieve ‘businessmodellen’ kunnen vergemakkelijken.

In de oude wereld zijn privacy en security twee basisrechten maar in de nieuwe wereld zijn privacy en security communicerende vaten geworden die het uiterst moeilijk maken om een evenwichtige beslissing te nemen.

Een tekort aan veiligheid voor de ene resulteert in een tekort aan privacy voor de andere. Iedereen, rechts en/of links, is steeds aan het argumenteren voor of tegen en zo dreigen vrije meningsuiting en besluiteloosheid dé twee nieuwe basisrechten van de toekomst te worden. Ik ga IS nooit met Google, Facebook en Twitter vergelijken maar ze maken allemaal handig gebruik van onvolkomenheden in –of niet afdwingbaar zijn van- het huidige wettelijke kader om te groeien als kool.

10 jaar geleden, op 1 april 2006, geen grap, schreef ik mijn eerste blogstuk onder de titel ‘To what problem is Weblogging the answer ? No problem in reality, and every problem in the minds of its boosters’. Google was toen al bekend als zoekmachine, niemand had van Facebook gehoord en Twitter was een maand eerder opgericht. Het fenomeen bloggen was nieuw en ik vroeg me af wie wat online ging zetten en wie dat dan wel ging lezen. Intussen weten we beter. Volgens mij wordt er meer op het web gepubliceerd dan gelezen. Er wordt meer gesproken dan geluisterd. Er worden meer discussies opgezet dan besluiten genomen en actieplannen opgezet.

Facebook heeft van het web een dorpscafé gemaakt en Twitter heeft ervoor gezorgd dat aan de toog een aantal dronkaards met hun vuvuzela van 140 karakters nog voor wat meer animatie kunnen zorgen. Google zorgt er dan weer voor dat zij van alle cafébezoekers en tooghangers alles te weten kan komen. Nogal logisch dat Google meer winst maakt dan Facebook en Twitter. Ik kom juist terug van de Scheldeprijs in Schoten en heb kunnen vaststellen dat tooghangers minder consumeren dan andere cafébezoekers terwijl sommigen mij betaalden om de komende weken en maanden te ontkennen dat ik hen vanavond in Schoten heb gezien. Niets nieuws onder de zon.

De (a)sociale media hebben van het internet één praatbarak gemaakt waar iedereen over alles een mening heeft maar waar niemand aandringt op besluitvorming omdat men weet dat er steeds wel iemand een mening heeft die ‘tegen’ is en die een groep ‘gelijkgezinden’ op de been kan brengen. De sociale media zijn een ideaal tool geworden voor snelle stemmingmakerij in plaats van een hulpmiddel tot versnelde besluitvorming. Reactiviteit ipv proactiviteit. Sic.

En zo kan een digipolist, het kandidaat ‘ICT woord van het Jaar’ van deze maand, rustig zijn gang blijven gaan. Een digipolist is een monopolist die zich ongestraft kan blijven misdragen bij gebrek aan juiste en afdwingbare wetten en regels voor de digitale° wereld. IS kan onschuldige mensen blijven vermoorden en verminken in de categorie ‘Security’ terwijl Google, Facebook en Twitter ongevraagd mensen digitaal kunnen blijven verhandelen in de categorie ‘Privacy’. En zo blijven ze allemaal ongebreideld groeien. Het is tijd voor moedige besluiten in Brussel. Geen blabla maar boemboem. Niet in Zaventem en Maalbeek maar aan beide einden van de Wetstraat of Rue Béliard. Voor het welzijn van alle Belgen en alle Europeanen.

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

°) als alles digitaal is moeten we stoppen met het woord digitaal als adjectief te gebruiken

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 15 april 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van Data News Magazine)

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑