communicatie [com·mu·ni´ca·tie]
1. uitwisseling van informatie, berichten, signalen enz., contact, verbinding: er was geen ~ mogelijk met het rampgebied; de ~ tussen de onderhandelaars verliep stroef ;;
2. mededeling, kennisgeving
 

 

 

Communicatie is belangrijk, in elke onderneming, en dat weet elke bedrijfsleider. Maar in deze hoogtechnologische wereld wordt communicatie wel eens verward met het versturen van e-mails of het plaatsen van boodschappen op intranets of websites. Velen geloven dat ze goed gecommuniceerd hebben wanneer ze veel mails verstuurd hebben of veel powerpoints getoond hebben. Niets is minder waar. De job is pas gedaan wanneer alle medewerkers het verhaal begrepen hebben en de boodschap kunnen uitvoeren of navertellen. Misschien moeten we allemaal eens terug in de leer gaan bij Meester De Cleyn, broer van de legendarische Malinois spits Bert De Cleyn en mijn onderwijzer in het eerste leerjaar. Deze man had –zoals vele onderwijzers- de onvoorstelbare gave om iets te kunnen uitleggen en tegelijkertijd te kunnen checken of de leerlingen het allemaal wel begrepen hadden. En desnoods deed hij het over, tot iedereen het begrepen had. Communiceren zonder dat medewerkers de boodschap vatten is dus tijdsverlies, nogmaals hetzelfde communiceren is dus nog groter tijdsverlies. Echte communicatie –ook top down- gaat over praten én vragen stellen om te checken of iedereen de boodschap begrepen heeft. De ideale communicatietools zijn dus niet mail- en presentatieprogramma’s maar mond, oren en ogen. Alleen op die manier staan alle neuzen in dezelfde richting en blijft de organisatie niet ter plaatse trappelen.