De volgende twee weken kiezen anderhalf miljoen werknemers hun afgevaardigden in 6700 ondernemingen. Via het Comité Preventie (CPBW) en de Ondernemingsraad (OR) worden de sociaaleconomische kwesties tussen werkgevers en werknemers binnen de bedrijven besproken en aangepakt. Het resultaat van de sociale verkiezingen heeft ontegensprekelijk een impact op de kwaliteit van het sociaal overleg binnen onze bedrijven voor de komende vier jaren. En die sociale verkiezingen hebben iets waar onze politici van dromen; ze  vallen steeds samen want ze hebben geen regionale tegenhanger én ze vinden om de vier jaar plaats. Regeringen kunnen vallen maar CPBWs en ORs gelukkig niet …

Zoals bij de politieke verkiezingen kunnen kandidaten alleen maar via hun lijst verkozen worden maar bij sociale verkiezingen is er stemrecht in plaats van stemplicht. Dit laatste zou echter omgekeerd moeten worden; stemrecht bij politieke verkiezingen en stemplicht bij sociale verkiezingen. De politici waarop we vandaag moeten stemmen zijn gemediatiseerde onbekenden geworden die lijken op moderne rattenvangers van Hamelen die op basis van hun muziek de kiezers in een bepaalde richting willen doen lopen. Bij de sociale verkiezingen zijn de kandidaten echter overbekende collega’s, mensen waarmee we dagelijks omgaan en waarvan we het doen en laten kennen, mensen van vlees en bloed waarvan we het gezicht en stem zonder enig probleem herkennen. We kennen hun kwaliteiten als medewerker, als mens én als syndicalist. Kortom, we stemmen op bekenden.

Maar de motivatie van deze medewerkers om op te komen bij deze sociale verkiezingen is verschillend. Sommigen zijn medewerkers die op handen worden gedragen door collega’s en klanten, sommigen ambiëren een carrière binnen de vakbond in plaats van binnen het bedrijf, anderen zoeken het beschermd statuut en kunnen bewust blijven onderpresteren omdat hun ontslagpremie het bedrijf soms meer kost dan de jaarbonus van de CEO. En waarschijnlijk zijn er nog vele andere drijfveren waarvan rechtstreekse collega’ zeer goed op de hoogte zijn. Daarom een warme oproep aan die anderhalf miljoen werknemers; ga stemmen en stem op een collega maar stem niet op een lijst. Alleen op die manier onstaan er CPBWs en ORs die representatief zijn voor een bedrijf. Want het bedrijf moet primeren en niet de kleur van de vakbond.

De vakbonden zien het natuurlijk anders, zij liggen niet wakker van de stemmen die medewerkers krijgen van hun collega’s maar van hoeveel stemmen hun lijst haalt. De sociale verkiezingen zijn immers het belangrijkst voor de vakbonden zelf, niet voor de ondernemingen. De resultaten van de sociale verkiezingen bepalen niet alleen de machtsverhoudingen tussen de bonden binnen de bedrijven maar vooral de verdeling van de vele mandaten in federale en regionale overlegorganen, arbeidsrechtbanken en paritaire comités. En daar mag aardig wat marketing materiaal tegenover staan. De tijd dat campagne werd gevoerd met gratis blauwe, groene en rode potloden is al lang voorbij.

Bovendien ontvangen de vakbonden binnen de bedrijven nog steeds op een niet democratische wijze een aantal  –weliswaar- onbezoldigde mandaten. Binnen de meeste bedrijven bestaat immers –naast CPBW en OR- de Syndicale Delegatie, een overlegorgaan met de werkgevers waarvan de deelnemers niet verkozen worden door de collega’s maar unilateraal worden aangeduid door de vakbond. Hoe zoiets anno 2012 nog steeds mogelijk is blijft voor mij een raadsel. Tja, terwijl al onze medewerkers perfect uitgerust zijn om electronisch te stemmen houden ook hier de vakbonden de veranderingen tegen. Stem vanaf maandag op de juiste collega’s, stem niet op de foute lijsten.

(Deze bijdrage verscheen op 4 mei 2012 ook op de opiniepagina van De Tijd)