Zoeken

Bruno's BlogBoek

Ooit het internetdagboek van een CEO, nu de regelmatige opiniestukken van een vrije ondernemer met een co-operatieve instelling en op zoek naar een duurzaam evenwicht op het internet en in de wereld

Eerst nadenken, dan tweeten

Waarom stopt het bedrijfsleven toch steeds in de maanden juli en augustus? Schoolvakantie, parlementair reces en zelfs bij Roularta legt men de drukpersen stil zodanig dat we zonder onze Datanews op vakantie dienen te vertrekken en ander papier moeten vinden om de barbeque aan te steken. Deze zomer was het nog erger; Tour de France, voetbal én olympische spelen zorgden voor een nooit geziene daling van de productiviteit in ons land. Waar is de tijd dat het ene gewest het andere verweet dat het België aan de rand van de afgrond bracht? De voorbije maanden zat iedereen broederlijk in driekleur naast elkaar voor een klein, groot of supergroot scherm en daalde het bruto-binnenlands-product zienderogen. Met als logisch gevolg dat begin september bij Caterpillar en AXA aan de alarmbel werd getrokken. Hoge loonlasten, lage intresten op spaarboekjes klinkt het dan terwijl iedereen gewoon rustig voor TV zat en de weinigen die toch aan het werk waren systematisch werden afgeleid via allerlei commentaren op sociale media. Wil je de productiviteit in België omhoog krikken? Sluit Facebook en Twitter af, zo eenvoudig is het.

Het wereldwijde energieverbruik van het internet stijgt jaarlijks met 7% want Facebook, Twitter en andere sociale media staan nooit stil. Ik denk dat ze zelfs pieken in de zomermaanden. In die periode hebben de mensen immers nog meer tijd om meningen te ventileren en elkaar de duivel aan te doen. Dus is de commotie op en rond sociale media dan het hoogst. Zo stelde ik op 29 juni (!) 2010 op mijn blog reeds dat Twitter is the Vuvuzela of the internet. Everyone has a horn, blows it loudly, resulting in pure buzzing noise. Deze zomer was het weer zover, sommigen noemden Twitter zelfs een riool en pleitten voor een boycot. Riolen hebben echter hun nut, vraag het maar aan de inwoners van het oude Rome en daarom mijn warm pleidooi voor een juist gebruik van Twitter. Laat ons stoppen met tweeting maar starten met twinking. Twinking is het samenvoegen van tweeting en thinking; eerst nadenken, dan pas tweeten. Verzint eer gij begint. En zo hebben we –na digibesitas, chineren, digipolist, selvie en hinssiaan– de september nominatie voor het #ICTWoordVanHetJaar gelanceerd.

Op 30 augustus ll. had ik bvb. graag wat meer twinking en wat minder tweeting gezien naar aanleiding van het persbericht van de Europese Commissie over de 13 miljard euro illegale belastingsvoordelen waarvan Apple had geprofiteerd. De eerst tweets, zelfs van gereputeerde business magazines, nagelden Apple aan de schandpaal en dat was een steek door mijn hart. Sinds mijn eerste leerjaar eet ik elke dag een appel, ik schrijf dit stuk op een MacBook Air, heb een iPhone SE in mijn binnenzak, vul mijn Tax-on-Web in op mijn iPad en slaap al jaren met oordopjes om te wennen aan de draadloze Apple AirPods die nu pas beschikbaar zijn. Kortom Apple kan voor mij niets verkeerd doen. Toch werd Apple via de vele tweets met alle zonden van de wereld overladen.

Twinking zou echter Ierland met alle zonden van de wereld overladen hebben. Want het persbericht uit Brussel gaf niet alleen Apple een veeg uit de pan maar vooral Ierland. Dat ontdek je echter pas na een tweede lezing en wat nadenken. De vraag is immers niet wie door de deur is gestapt maar wel wie de deur heeft opengezet. Het gras is altijd groener aan de overkant en dat zetten die Guinness drinkers al jaren in de praktijk rond bedrijfsbelasting. Op een soortgelijke wijze reden ooit de “couponnetjestreinen” van onze (groot)ouders naar belastingsparadijs Luxemburg dat jaren later een vergelijkbare truuk uithaalde om op de digital highway een verlaagd BTW tarief te hanteren. Plotseling deden Amazon en Microsoft al hun online business vanuit Luxemburg. Harmonisatie van verschillende belastingen in de EU-28 zone is ver zoek en daar maken mijn vrienden digipolisten handig gebruik van. Europese outlaws zoals Ierland en Luxemburg blijven de deur open zetten voor global outlaws zoals Apple en Amazon. Tijd dus voor een Brussel met ballen, tijd voor twinking ipv tweeting door Europese ambtenaren, burgers en consumenten.

Om af te sluiten. Microsoft Belgium is een NV, IBM Belgium en Facebook Belgium zijn BVBA’s. Google Belgium is een NV maar Crystal Computing, het Google datacenter in Mons, is een BVBA. BVBA’s zijn besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid die –in tegenstelling tot NV’s- veel minder transparent kunnen opereren. Hebben we echt een persbericht van EC Brussels nodig om hier iets aan te doen? Of speelt België in de poule van Ierland en Luxemburg? Aarzel niet om dit opiniestuk verder te twinken. Je mag het zelfs tweeten.

 

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 16 september 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van datanews magazine)

Een Vlaamse feestdag heeft één Vlaams geschenk nodig

Een Vlaamse feestdag heeft één Vlaams geschenk nodig, van de regering voor alle burgers.

11 juli vieringen. Overal ten velde vind je dit weekend en vandaag maandag weer allerlei festiviteiten. In steden, gemeenten, verenigingen en bij vele groepen Vlamingen wordt deze datum jaarlijks aangegrepen om bij elkaar te komen. Vlaanderen viert feest maar elke Vlaming viert feest op zijn of haar manier. De ene speecht of spuwt, de andere zingt, nog iemand eet of drinkt. Ambtenaren vieren de feestdag met een verlofdag maar aangezien Vlamingen noeste werkers zijn viert de meerderheid vandaag deze feestdag met een stakingsvrije werkdag. Kortom, we bewijzen vandaag alweer onze éénheid in bescheiden- en verscheidenheid. Want ééndracht maakt macht is iets wat de Vlaming nooit echt in de mond heeft durven nemen. We praten weliswaar dezelfde taal en behoren tot dezelfde cultuurgemeenschap maar met zijn allen onvoorwaardelijk hetzelfde denken en doen ligt blijkbaar nog steeds niet in de volksaard. Op dat punt kunnen we allemaal iets van de Limburgers leren …

Historisch hebben we echter bewezen dat we ons wel degelijk achter één vlag kunnen scharen en met een plan ten aanval kunnen trekken en daadwerkelijk onze krachten kunnen bundelen. Dat is immers de geest van 11 juli die juist daarom sinds 1973 de Feestdag is van de Vlaamse Gemeenschap. Op 11 juli 1302 versloegen milities van de Vlaamse steden en gemeenten aan de Groeningekouter bij Kortrijk een leger van Franse ridders te paard. Daar bovenop zorgde Hendrik Conscience met zijn Leeuw van Vlaanderen voor een leuke laag romantiek rondom deze eeuwenoude Guldensporenslag. En zo roept deze dag bij elke Vlaming jaarlijks dezelfde emoties op; een overwinning tegen de Fransen en –bij uitbreiding- tegen de Franstaligen. Een jaarlijkse herinnering aan het onafgewerkte (con)federale België dat in 1830 alleen maar kon ontstaan omdat de grotere ons omringende landen er niet langer voor wilden vechten. Weinigen lijken echter te onthouden dat op 11 juli 1302 Vlamingen samen ten strijde trokken, hun kerktorens en belforten verlieten om samen te werken rond een gemeenschappelijk doel. Wanneer gaan we nu eindelijk beseffen dat op 11 juli 1302 de Vlamingen streden voor hun welvaart en welzijn in plaats van tegen de Franstaligen?

James Freeman Clarke stelde ooit “A politician thinks of the next election. A statesman, of the next generation” en daarmee is bewezen dat Gaston Geens eerst en vooral een staatsman was en vervolgens een politicus. Meer dan een generatie geleden, in 1982, startte deze eerste minister-president van de Vlaamse regering met DIRV de derde industriële revolutie in Vlaanderen op en daarvan plukken we vandaag nog steeds vele vruchten. De omstandigheden waren weliswaar makkelijker; de eerste federalisering van België was juist achter de rug en alle Vlamingen wilden samenwerken rond één gemeenschappelijk project en aantonen dat zij hun toekomstige Vlaamse welvaart, economische activiteit en werkgelegenheid konden waarborgen. “Wij zullen moeten bewijzen dat wij, wat we zelf doen, beter doen” klonk het en er werd handig ingespeeld op de vernieuwing van het industrieel weefsel naar nieuwe technologieën. In Gent rezen de Flanders Expo hallen en de Flanders Technology beurs uit de grond, in Leuven onstond IMEC, GIMV werd opgezet en jaren later kreeg Gaston Geens terecht zijn standbeeld in Aarschot. Hij was er immers in geslaagd een Vlaamse vlag te planten en het Vlaamse volk te laten samenwerken rond een gemeenschappelijk project.

De huidige Vlaamse regering heeft het iets moeilijker dan haar eerste voorgangers onder leiding van Gaston Geens. Na meer dan een generatie en vele staatsmannen (of waren het politici?) hebben we nog steeds niet de juiste staatsvorm gevonden voor dit kleine landje rond Brussel. Erger nog, politici die het in België niet voor elkaar kregen, pretenderen nu zelfs EU op de juiste manier te kunnen organiseren. De wereld is intussen razendsnel globaal en digitaal geworden, Vlaanderen heeft evenveel inwoners als de stadsstaat Singapore en evenveel vierkante kilometers als Los Angeles Metropolitan Area. De media werden bovendien snelle en populistische social media die -samen met oppositie- een win-win model nastreven op basis van het cultiveren van problemen en conflicten in plaats van het stimuleren van de oplossingen en samenwerkingen. Men spint graag garen uit het uitvergroten van een onpopulaire maatregel, een ongelukkige uitspraak of het doorlichten van ongunstige besluiten. Weinig aandacht voor het toelichten van projecten die een volk kunnen samenbrengen rond een gemeenschappelijk doel. Politici worden dus in reactieve of negatieve modus geduwd en niet geholpen bij het proactief en positief uitbouwen van een dragend project.

Nochtans is deze Vlaamse regering zeer actief en goed bezig op vele fronten. Maar ik ben ervan overtuigd dat velen nog niet door hebben wat de vlag is waar men voor staat en wat de weg is die men dagelijks gaat. De burgers zien immers door het bos de bomen niet meer wegens het ondermijnende populisme en korte termijn handelen van media en oppositie. Er werd het voorbije jaar een VISIE2050, een langetermijnstrategie voor Vlaanderen, op punt gezet. Deze toekomstvisie toont het Vlaanderen dat we wensen voor de volgende generatie: een sociaal, open, veerkrachtig en internationaal Vlaanderen dat welvaart en welzijn creëert op een slimme, innovatieve en duurzame manier en waarin iedereen meetelt. Met “You’ve got to think about big things while you’re doing small things, so that all the small things go in the right direction” wordt Alvin Toffler letterlijk en terecht geciteerd in deze visietekst. Maar juist hier wringt het schoentje; er wordt door geen enkele minister een verband gelegd tussen de visie en de dagelijkse uitvoering. Daardoor wordt de indruk gewekt dat iedereen opereert binnen het eigen domein en op eigen houtje. Niets is echter minder waar.

Er is dus behoefte aan één duidelijk signaal. Eén eenvoudig geschenk waar gans Vlaanderen op wacht op deze Vlaamse feestdag. Zoals we ooit DIRV kregen hebben we nu meer dan ooit behoefte aan een vlag en een plan; een kapstok waar we al onze acties aan ophangen en via dewelke we consistent communiceren. Zodanig dat het voor iedereen duidelijk wordt waar we voor gaan en waar we voor staan. Een stevige vlag en een stevige kapstok die door media en oppositie niet meer vernietigd kan worden en die de volgende generatie met hetzelfde enthousiasme kan nalezen op Wikipedia zoals de huidige generatie het doet met DIRV.

In Vlaanderen komen de grondstoffen al lang niet meer uit de grond maar bevindt onze grondstof zich op 1,5 en 2,0 m boven de grond; onze handen en onze hersenen. Juist daarom denk ik dat Smart Flanders of Slim Vlaanderen het juiste geschenk zou kunnen zijn van de Vlaamse regering aan de Vlaamse bevolking op haar feestdag. Op die manier worden de vlag en de kapstok eindelijk duidelijk. Deze regering kan wel degelijk welvaart en welzijn creëren op een slimme, innovatieve en duurzame manier in een sociaal open, veerkrachtig en internationaal Vlaanderen, waarin iedereen meetelt. Er kan een samenwerkingsmodel ontstaan dat verkokering en oppositie overstijgt. We kunnen tevens zorgen voor een unieke beweging van optimisme, wil voor verandering en duurzame vooruitgang binnen alle lagen van de bevolking en tegelijkertijd Vlaanderen positioneren als één dynamisch en leefbaar stadsgewest in het centrum van Europa.

Smart Flanders kan in het buitenland gebruikt worden om Vlaanderen als één merk en een sterke regio te positioneren. Daarnaast kunnen bestaande initiatieven en clusters hier probleemloos aan opgehangen en mee geassocieerd worden. De recente maatregelen klinken plots als Smart Energy, Radicaal Digitaal wordt Slimme Overheid, Smart Health, Smart Logistics, Slimme Mobiliteit, Smart Cities, Smart Ports …. en het zal snel duidelijk worden dat er in Vlaanderen meer gebeurt dan we allemaal denken en dat de strategie daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Volgens een weldoordacht en georchestreerd plan.

Mijn grootvader sprak steeds over “Arm Vlaanderen” maar met dit geschenk zullen onze kleinkinderen spreken over “Slim Vlaanderen”. Wat dat is op deze feestdag het Vlaanderen waar we vandaag allemaal, in binnen- en buitenland, voor willen gaan en staan. Denk er even over na, geniet vooral van deze feestdag maar laat media en oppositie rustig smullen van de opgezette hetze.

Bruno Segers – Voorzitter Flanders Investment & Trade

PS Ik ben nog steeds geen Vlaams nationalist maar in de snel veranderende globale en digitale wereld van vandaag ben ik meer dan ooit een Vlaams economist en Vlaams realist. Alleen een keiharde en georchestreerde samenwerking rond één Vlaams socio-economisch project kan zorgen voor de welvaart en het welzijn van ALLE Vlaamse burgers. De taart moet eerst gebakken worden en kan pas daarna verdeeld worden. First things first in Smart Flanders.

Handen uit de mouwen Hinssianen, gedaan met die bedevaarten!

Mei was een moeilijke maand voor België omwille van de stakingen en in juni wordt er weer niet gewerkt want iedereen gaat voetbal kijken. Van al onze buurlanden is Nederland (en Luxemburg oeps) de enige plek waar de productiviteit in juni niet zal achteruitgaan. Maar niet getreurd, voetbal is een feest. Mijn kleinzoon van 2 jaar heeft zijn duivels pakje al aangetrokken en alle jongeren willen plots profvoetballer worden. Tja, een bonus van 700.000 euro is niet mis. Daar moeten Dominique Leroy en Koen Van Gerven een jaar voor werken bij resp. Proximus en Bpost. En in maart 2017 kunnen we ons alvast klaarmaken voor de geboorte van vele Kevins, Edens, Romelus en al die andere voornamen van afgetrainde lichamen die onze failed state weer op de kaart gaan zetten. Toch blijft het een heerlijke periode; volwassenen die plots fan worden van hun land en kinderen die zich plaatsen in de schoenen van duurbetaalde vedetten die nu al aan het bekijken zijn om zo weinig mogelijk belasting te betalen op hun leuke premies.

Ikzelf ben spijtig genoeg geen fan van één of andere voetballer. Ik ben immers te oud geworden om als een kind weg te dromen van Kevin, Eden, Romelu en al die virtuoze balgoochelaars. Ooit wou ik sprinten zoals Raoul Lambert, scoren zoals Polle Gazon en keepen zoals Jean Nicolay maar zo ver is het nooit gekomen want het enige doelpunt dat ik scoorde heb ik niet gezien. Het was een retro, recht in de winkelhoek, tijdens de veteranen match Olvac – Groenendaal in het Antwerpse liefhebbersverbond. Als er toen smartphones waren geweest was ik alvast een YouTube hit geworden en had ik een nominatie voor het #DoelpuntVanHetJaar op zak.

Neen, ik ben geen fan van een sportfiguur maar ik ben een fan van een ICT-figuur. Na zoveel jaren en kwartalen gespendeerd te hebben in een sector waar de “cost of ownership” blijft afnemen maar waar projecten nog steeds “te laat, te duur en niet werkend” worden opgeleverd kijk ik op naar onze enige echte Belgische digitale wonderboy. Een jonge man die drie bedrijven opstartte en ze succesvol doorverkocht, iemand die boeken schrijft die gelezen worden, een entertainer die verhalen vertelt waarnaar geluisterd wordt en die presentaties kan geven in sneltreinvaart, met of zonder powerpoint. De enige Belgische spreker die in het buitenland fees kan aanrekenen waar zelfs de Amerikaanse topsprekers (en de Rode Duivels) van dromen. Hij heeft een scherpe prijs, een scherpe stem maar hij staat ook scherp. Buiten zijn bril heeft hij alles wat ik niet heb. Ik was mij dagen niet nadat ik hem de hand heb geschud. Ja, ik wou dat ik Peter Hinssen was. Ik ben zijn grootste fan.

Peter is visionair, positivist, optimist, gepassioneerd, ondernemend en een rolmodel voor velen. Na zijn drie startups kopieerde hij zelfs het business model van zijn grootvader die met een luxebus en goedgelovige oude zielen naar Lourdes trok. Peter doet nu hetzelfde; de bus werd een vliegtuig, Lourdes werd Silicon Valley en franken werden dollars. Toch twee grote verschillen. In Lourdes maakt men van water slechts wijwater maar in Silicon Valley maakt men van zand de krachtigste chips. Daarnaast zaten Moeder Maria en Bernadette niet mee op de bus terwijl vandaag de Messias zelf reisleider is. En zo ontstaat in het nieuwe normaal een disruptief maar lucreatief business model onder leiding van deze energieke en immer enthousiaste business ICT koppelbaas.

Ik maak me echter zorgen over deze generatie goedgelovige zielen die beweren in Silicon Valley het licht gezien te hebben en verkondigen dat daar alles anders en beter is. Dat daar alles kan wat hier niet kan. Een Hinssiaan, een volgeling van Peter Hinssen, is een nieuw fenomeen, verdient een nominatie voor het #ICTWoordVanHetJaar maar is tegelijkertijd een bedreiging voor onze samenleving en zou verplicht een kenteken moeten dragen in het openbaar en op sociale media.

Hinssianen zijn immers de nestbevuilers van ons jong maar prachtig ecosysteem van startende en innovatieve ondernemers. Zij hebben over alles en nog wat een mening maar vooral zijn ze doordrongen van het feit dat het “hier” niet kan en dat het “daar” beter is. Bovendien hebben ze zelf zelden of nooit geopereerd buiten de welbeschermde cocoon van één of andere grotere onderneming. Kortom geen enkele praktijkervaring met innovatie en startups maar wel een ongezouten mening over innovatie en startups.

We maken hier weliswaar geen chips van zand maar hier huizen generaties van harde werkers met gezond boerenverstand. We hebben hier alle ingrediënten om de proeftuin te worden in de globale digitale wereld. We kunnen de wereld veroveren vanuit België als we onmiddellijk digitaal en internationaal denken. Vlaanderen heeft evenveel inwoners als Singapore en evenveel vierkante kilometers als Los Angeles Metropolitan Area. In plaats van constant over Silicon Valley te praten zouden we beter samen werk maken van #SmartFlanders. Handen uit de mouwen Hinssianen, gedaan met die bedevaarten!

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 17 juni 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van Data News Magazine)

Tijd voor een #tommeltaks, op elke selvie en selfie

Het gebeurde enkele maanden geleden in Antwerpen tijdens de lancering van Ploy, de nieuwe boy van Randstad. De “Uber van de arbeidsmarkt” klonk het en alle groten van het kleine Belgische ICT wereldje waren aanwezig voor de lancering van de zoveelste app of website die vraag en aanbod in kaart gaat brengen. Deze keer op de arbeidsmarkt en startend met de horeca. De lokale hotelbaas van Google was ook aanwezig. Met hem had ik een hoogoplopende discussie toen ik het waagde zijn bedrijf een digitale mensenhandelaar te noemen en ik die zware beschuldigingen moest terugnemen. Trouwe lezers weten sinds  verleden maand dat ik niet meer over digitale mensenhandelaars praat maar over digipolisten; monopolisten die hun situatie misbruiken bij gebrek aan een regelgevend kader dat wereldwijd afdwingbaar is.

Plots werd het stil op het Randstad event en de Google hotelbaas kroop weg in een hoekje. Want “Hij” was daar; de Kennedy van Oostende, de Mr. Proper van de zwartwerkers, de staatssecretaris voor bestrijding van sociale fraude en privacy, dhr. Bart Tommelein. Enkele dames vielen spontaan in zwijm toen ze deze rijzige figuur in de mooie ogen keken. Gehuld in een blauw pak, stevige handdruk en vastberaden in elk gesprek. Kortom, een politicus zoals we ze nodig hebben in dit land. In zijn eigen stadje aan de zee kreeg deze blauwe bonk de rode keizer nooit van zijn troon gestoten maar digipolisten zoals Facebook en Google daveren op hun benen als ze deze Prins van de Privacy zien binnenkomen. Je moet het immers maar doen; vanuit het kleine Belgie Facebook op de knieën krijgen. De man glunderde toen men mij aan Hem voorstelde als ex-hotelier van Microsoft België en ik Hem persoonlijk kon feliciteren met deze unieke prestatie. Wat jaren niet lukte met de socialisten in Oostende nam slechts enkele weken met de digipolisten uit Amerika. Petje af voor Tommelein.

Groot waren mijn verwachtingen bij de transfer van deze wonderboy van de federale regering naar de Vlaamse. Vice minister-president en minister van energie, eindelijk wat daadkracht en balls op een cruciale positie. De zwarte passionara moest plaatsmaken voor de blauwe Reddy Kilowatt die zich klaarmaakte voor een paar kordate verklaringen. En toen gebeurde wat in vele bedrijven gebeurt. Als iemand er niet (meer) is wordt er snel beslist in zijn of haar plaats. “Exit biomassacentrale” concludeerde de Vlaamse regering zonder medeweten van de nog niet benoemde minister van energie. We zullen dus blijven twijfelen of #turteltaks dan wel #tommeltaks het woord van de maand april wordt. In het blauwe fabriekje weten ze intussen wel hoe de machtsverhoudingen in de Vlaamse regering liggen.

Maar niet getreurd. In deze rubriek gaan we immers op zoek naar het #ICTWoordVanHetJaar en daar komen #turteltaks en #tommeltaks niet voor in aanmerking. Beide woorden hebben immers met energie te maken en energie heeft niets met ICT te maken. Een vergissing die velen nog steeds maken maar dat zal snel duidelijk worden bij het nieuwe ICT woord van de maand.

Selvie. Een selfie is een foto van jezelf en dus is een selvie een video van jezelf. Het woord bestond nog niet en werd –zoals digibesitas– bedacht door de onderzoekers van iMinds. Studio 100 (tja, die gasten zijn er steeds bij als er geld te verdienen valt) en iMinds gaven de primeur tijdens de K3-show van februari en Prof. Piet De Meester lichtte alles toe aan meer dan 1000 techneuten tijdens de iMinds conference de voorbije maand.  Een mens kan het bijna niet geloven maar Google bewijst het. Het woord “selvie” bestond niet voor februari 2016. Volgens mij werd het bedacht tijdens de Gentse feesten de voorbije zomer toen een bende iMinds onderzoekers uit de bol ging en één van hen plots de “f” niet meer kon uitspreken of de aan/uit knop van zijn of haar smartphone niet meer kon vinden. De foto was plots een video geworden. De selvie was geboren. Gewoon nog wat academisch onderzoek om hun bacchanaal te omfloersen en klaar was kees. Een post-it was een toevallige uitvinding, een selvie ook.

Toch ben ik niet gelukkig met dit woord van de maand. Zoals een selfie zal ook een selvie een asociale tijdsvreter zijn. Observeer selfisten of selvisten en bekijk hoeveel tijd ze met zichzelf bezig zijn vooraleer ze die ene “shoot” als hun digitale footprint achterlaten. Het ziet er achteraf allemaal leuk uit maar niemand wordt mooier door elke dag een paar selvies op te laden.

Onze digitale footprint is één ding maar staan we stil bij de daarmee samenhorende carbon footprint? Papier en bomen willen we sparen door het printen uit te schakelen maar we blijven uploaden tegen lichtsnelheid. Datacenters zijn wereldwijd de grootste consumenten van electrische energie geworden. Big data roepen we allemaal maar beseffen we dat de opslag en het manipuleren van deze data het energiegebruik exponentiëel doen toenemen? Hebben we ooit berekend hoeveel energie geconsumeerd wordt door data die ooit historisch werden opgeslagen maar de voorbije jaren nooit meer werden geraadpleegd? Al die foto’s en videos die we ooit de cloud in hebben gestuurd en nooit meer geraadpleegd?

Toch tijd voor een #tommeltaks dus. Wat de #turteltaks deed met de groene energie zal de #tommeltaks doen met alle ICT-energieverspillers. Bart Tommelein kan als kersverse minister van energie alvast wraak nemen op zijn nieuwe collega-ministers die in afwachting van zijn komst in zijn plaats een snel besluit namen. Aangezien onze ministers dagelijks meerdere selfies en selvies posten kunnen zij als eersten bijdragen tot de #tommeltaks. Dan betalen ze ook eens belasting en wordt de Prins van de Privacy een duurzame minister van Vlaamse energie in een wereld waar burgers nog niet doorhebben dat aan elke digital footprint ook een carbon footprint hangt. Geef er een lap op Tommie!

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 13 mei 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van Data News Magazine)

Wie stelt paal en perk aan de digipolisten?

“Waar was jij op  22 maart?“ is een vraag waarop we allemaal ons persoonlijk antwoord binnen vele jaren nog steeds probleemloos zullen kunnen formuleren. Ikzelf zat op de Thalystrein van Antwerpen naar Amsterdam voor een dagtrip naar het Nederlandse Vodafone hoofdkwartier. Enkele minuten na de ontploffingen in Zaventem verschenen de eerste berichten in alle treinstellen via sociale media op de smartphones of draadloos geconnecteerde tablets. Dat mijn terugkeer een probleem zou worden wist ik al bij het uitstappen in Amsterdam waar de annulaties van internationale treinen reeds werden aangekondigd. Wie onderweg een ochtendlijk dutje had gedaan werd in Amsterdam met vele vragen wakker in een andere wereld.

“Waar was jij op 11 september?” kan ik nog steeds onmiddellijk vertellen. In een vergaderzaal van het Microsoftgebouw in Diegem, op wandelafstand van het Nato hoofdkwartier, zaten verschillende collega’s geboeid te luisteren naar elkaar tot marketing directeur Veerle de deur opensmeet met de legendarische vraag “Weten jullie niet wat er in de wereld aan het gebeuren is?”. Natuurlijk wisten we dat niet, geen smartphones en geen wifi, in de buurt. Alleen de collega’s die voor hun scherm zaten ontdekten via internet vrij snel wat er in New York aan het gebeuren was en dat gebouwen in de buurt van andere ‘strategic targets’ onmiddellijk dienden ontruimd te worden. Iedereen wordt graag wakker in een andere wereld wanneer een mooie dame gillend de deur opensmijt maar dit waren zeker niet de juiste omstandigheden. Tijdens de meeting was er trouwens niemand aan het dutten.

Dat waren de twee makkelijke vragen. Nu een moeilijkere vraag waarover even nagedacht dient te worden. “Hoe lang is nine eleven geleden?”. Wel, in september is dat 15 jaar terwijl ik zeker ben dat velen onder ons dachten dat het minder dan 10 jaar geleden was. 15 jaar hebben we er dus over gedaan om hier in Brussel vast te stellen dat ‘het’ ook ons kan overkomen. Ondanks het feit dat ‘het’ in London, Madrid en Parijs in het verleden ook al gebeurd was hadden we nog steeds geen maatregelen genomen om te vermijden dat ‘het’ ook bij ons zou kunnen gebeuren. In Brussel zetelt zelfs de Europese Commissie waar velen al jaren de mond vol hebben over ‘het’ en de nood aan het juiste en afdwingbare wettelijke kader in de wereld van vandaag.

‘We moeten verouderde wetten en regels die hinderpalen opwerpen voor nieuwe digitale° technologieën en de nieuwe businessmodellen die eruit voortvloeien, aanpassen’ stelde het VBO terecht enkele weken geleden. Weinigen beseffen echter dat diezelfde verouderde wetten en regels ook dienen aangepast te worden om te beletten dat nieuwe digitale° technologieën destructieve ‘businessmodellen’ kunnen vergemakkelijken.

In de oude wereld zijn privacy en security twee basisrechten maar in de nieuwe wereld zijn privacy en security communicerende vaten geworden die het uiterst moeilijk maken om een evenwichtige beslissing te nemen.

Een tekort aan veiligheid voor de ene resulteert in een tekort aan privacy voor de andere. Iedereen, rechts en/of links, is steeds aan het argumenteren voor of tegen en zo dreigen vrije meningsuiting en besluiteloosheid dé twee nieuwe basisrechten van de toekomst te worden. Ik ga IS nooit met Google, Facebook en Twitter vergelijken maar ze maken allemaal handig gebruik van onvolkomenheden in –of niet afdwingbaar zijn van- het huidige wettelijke kader om te groeien als kool.

10 jaar geleden, op 1 april 2006, geen grap, schreef ik mijn eerste blogstuk onder de titel ‘To what problem is Weblogging the answer ? No problem in reality, and every problem in the minds of its boosters’. Google was toen al bekend als zoekmachine, niemand had van Facebook gehoord en Twitter was een maand eerder opgericht. Het fenomeen bloggen was nieuw en ik vroeg me af wie wat online ging zetten en wie dat dan wel ging lezen. Intussen weten we beter. Volgens mij wordt er meer op het web gepubliceerd dan gelezen. Er wordt meer gesproken dan geluisterd. Er worden meer discussies opgezet dan besluiten genomen en actieplannen opgezet.

Facebook heeft van het web een dorpscafé gemaakt en Twitter heeft ervoor gezorgd dat aan de toog een aantal dronkaards met hun vuvuzela van 140 karakters nog voor wat meer animatie kunnen zorgen. Google zorgt er dan weer voor dat zij van alle cafébezoekers en tooghangers alles te weten kan komen. Nogal logisch dat Google meer winst maakt dan Facebook en Twitter. Ik kom juist terug van de Scheldeprijs in Schoten en heb kunnen vaststellen dat tooghangers minder consumeren dan andere cafébezoekers terwijl sommigen mij betaalden om de komende weken en maanden te ontkennen dat ik hen vanavond in Schoten heb gezien. Niets nieuws onder de zon.

De (a)sociale media hebben van het internet één praatbarak gemaakt waar iedereen over alles een mening heeft maar waar niemand aandringt op besluitvorming omdat men weet dat er steeds wel iemand een mening heeft die ‘tegen’ is en die een groep ‘gelijkgezinden’ op de been kan brengen. De sociale media zijn een ideaal tool geworden voor snelle stemmingmakerij in plaats van een hulpmiddel tot versnelde besluitvorming. Reactiviteit ipv proactiviteit. Sic.

En zo kan een digipolist, het kandidaat ‘ICT woord van het Jaar’ van deze maand, rustig zijn gang blijven gaan. Een digipolist is een monopolist die zich ongestraft kan blijven misdragen bij gebrek aan juiste en afdwingbare wetten en regels voor de digitale° wereld. IS kan onschuldige mensen blijven vermoorden en verminken in de categorie ‘Security’ terwijl Google, Facebook en Twitter ongevraagd mensen digitaal kunnen blijven verhandelen in de categorie ‘Privacy’. En zo blijven ze allemaal ongebreideld groeien. Het is tijd voor moedige besluiten in Brussel. Geen blabla maar boemboem. Niet in Zaventem en Maalbeek maar aan beide einden van de Wetstraat of Rue Béliard. Voor het welzijn van alle Belgen en alle Europeanen.

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

°) als alles digitaal is moeten we stoppen met het woord digitaal als adjectief te gebruiken

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 15 april 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van Data News Magazine)

We zijn aan het Chineren

“Jonge, jonge, wat is er nu gebeurd? Uw Amerikanen zijn weg”. Het waren enkele jaren geleden de gevleugelde woorden van mijn tachtigjarige moeder nadat ze ontdekt had dat Gores, de Amerikaanse investeerder en dealmaker in het RealDolmen project zijn participatie had verkocht aan een Westvlaams familiaal fonds. “De Amerikanen hebben ons bevrijd van den Duits”, klonk het wat later en getuigde van een mateloos respect voor alles wat haar verlost had van de tweede wereldoorlog. De uitspraak over Westvlamingen was minstens even relevant maar doet in dit opiniestuk niet ter zake want het zou als insider information kunnen beschouwd worden in het laatste Belgische beursgenoteerde ICT-bedrijf.

De ouders van de huidige babyboomgeneratie zagen –samen met de komst van de G.I.s- sigaretten, chewing gum, coke, rock-‘n-roll en zoveel andere dingen op een vanzelfsprekende wijze in hun dagelijks leven verschijnen. Het na-oorlogse Marshallplan zorgde niet alleen voor de heropbouw van het oude continent maar ook voor een nooit geziene overzeese import.  De Amerikanisering was geboren. Vandaag is Amerikanisering een wereldwijd sociaal-cultureel proces waarin de Amerikaanse cultuur, technologie, ondernemingshandelingen, politieke vaardigheden en Amerikaans-Engelse taal eigen wordt gemaakt in de mondiale samenleving. Amerikanisering en globalisering lopen nu hand in hand en maken van de wereld een dorp met steeds dezelfde terugkerende merken.

Volgens sommigen is de Amerikanisering helemaal niet ten einde en zal Amerika ook de 21ste eeuw domineren. Ongelovigen kunnen steeds het boek ‘De ontwakende reus’ van minister van Financiën Johan Van Overtveldt lezen. Dat een taxshift in België nog een tijdje op zich gaat laten wachten dat wisten we al maar ook een powershift in de rest van de wereld is volgens deze doorwinterde econoom niet aan de orde. Of had onze visionaire minister misschien Donald Trump in gedachten wanneer hij sprak over een reus? Amerikanisering gaat zeker een spotwoord worden wanneer blijkt dat een clown daar niet steeds een rode neus en grote schoenen aanheeft én in dat land zelfs president kan worden.

Tijd om stil te staan bij een paar uitspraken van de toenmalige CEO van Bekaert, Julien De Wilde die destijds vertelde dat zijn kinderen Engels hadden geleerd maar dat zijn kleinkinderen Chinees zullen leren. Vroeger was het ‘eet uw bord leeg of de Chineeskes gaan ermee lopen’ maar vandaag is het inderdaad ‘werk maar wat beter of de Chineeskes gaan met uw job lopen’ klonk het uit dezelfde mond. Zoveel jaren later ben ik ervan overtuigd dat er iets aan het gebeuren is, dat we met zijn allen aan het Chinaniseren zijn. Dit Chinaniseren, kortweg Chineren, gebeurt echter op een totaal andere manier dan Julien De Wilde voorspelde en wat we met Amerikaniseren gewoon waren. Juist daarom verdient ‘Chineren’ een nominatie als ‘het ICT woord van de maand’. En ja, het is een ICT woord. Chineren is immers een proces waarbij digitalisering en modernisering sneller én goedkoper worden doorgevoerd. In tegenstelling tot Amerikanisering betreft het hier echter niet taal en cultuur maar alleen technologie.

We laten bewust India buiten beschouwing en praten ook niet over Japan of Asianisering. Het betreft China want daar is digitaal nooit een bijvoeglijk naamwoord geweest maar een zelfstandig naamwoord én Chineren zelfs een werkwoord. China is een enorm grote populatie die via een centrale aansturing evolueert naar een nieuwe wereld. Van agrarisch naar digitaal met slechts een relatief korte tussenperiode van industrialisering. Mensen die nooit een wagen of telefoon gehad hebben communiceren en werken nu via smartphones en tablets. Verkeersreglementen zijn er, worden in de steden gevolgd maar reglementen rond intellectuele eigendom zijn nog steeds in de maak. China gaat niet traag van A naar B zoals de rest van de wereld maar copieert snel van 0 naar B. Een droom voor elke change manager.

Met hetzelfde enthousiasme als onze (groot)ouders rond wagen, radio en TV omarmen de Chinezen hun versie van modernisme. Jong en oud hebben een onwaarschijnlijke aanleg en spontaniteit in het gebruik van het digitale. Jongeren spreken opvallend goed Engels en de jongsten gebruiken hun smartphone als vertaalcomputer op reis. Daarnaast levert China het grootste aantal internationale toeristen in de wereld; 120 miljoen in 2015. Allemaal ‘geïndoctrineerd’ via een Chinese overheidscampagne die landgenoten erop attent maakt dat ze zich beter moeten gedragen en zich moeten aanpassen aan het land en de gewoontes waar ze verblijven. Binnenkort zijn we allemaal gegeneerd (of moet ik zeggen gechineerd) dat een Chinees zonder onze taal te spreken makkelijker zijn weg vindt in onze stad dan wijzelf. Inbegrepen musea en restaurants.

Inmiddels is China toegetreden tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en panikeert men in Brussel omdat daarmee de antidumpingmaatregelen tegen oneerlijke prijzen op de helling worden gezet. Benieuwd of de Chinese overheid –naast landgenoten- ook bedrijven gaat informeren dat ze zich beter moeten gedragen en aanpassen aan de rest van de wereld. Sinds verleden week weten we dat er Chinese interesse is in de Vlaamse netbeheerder Eandis. In het Belgische telco landschap zijn de Chinezen al een tijdje aanwezig maar daar zijn we misschien op weg van de zaak Ye in het voetbal naar de zaak ZTE. Het Chinese ZTE Corporation biedt hier immers nog steeds haar producten aan terwijl in verschillende andere landen aanklachten lopen wegens pogingen tot omkoperij. Van de gokchinees naar de telefoonchinees. Het zal het Chineren van onze westerse samenleving niet stoppen.

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 18 maart 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van Data News Magazine)

Digibesitas besmet ons allemaal

“Admin of hacker!”. Dat was blijkbaar het spontane antwoord van de zesjarige Matthias op de traditionele vraag tijdens het traditionele nieuwjaarsfeestje binnen een traditionele Vlaamse familie. Ooit klonk het “pastoor of non”, “dokter of verpleegster”, wat later “politieagent of piloot” maar er komt duidelijk schot in de digitale zaak. De generatie die niet alleen een zelfrijdende wagen zal (bij)sturen met een joystick maar met de twee duimen meer zal kunnen doen dan sommigen onder ons met tien vingers ooit gekund hebben, ze komt eraan.

Terwijl wij blijven argumenteren over digitalisering en disruptie, ons verplicht voelen jaarlijks op bedevaart te gaan naar Silicon Valley als een soort Mekka van de digitale wereld en boeken te blijven lezen van evangelisten die het nieuwe normaal prediken genieten vele jongeren al met volle teugen van deze –voor hen vanzelfsprekende- nieuwe wereld. Tijd dus om het dure reizen te stoppen en wat minder te lezen maar daadwerkelijk aan het werk te gaan en –samen met deze aankomende generatie- de digitale transformatie van onze samenleving zo snel mogelijk te realiseren.

Laat ons –op vraag van mijn soulmate Paul Van Cotthem– alvast afspreken het woord digitaal in 2016 te laten vallen als bijvoeglijk naamwoord. Digitale media? Digitale telefonie? Digitale televisie? Digitale marketing? Media, telefonie, televisie en marketing zijn al jaren digitaal. Velen hebben het nooit anders gekend. In plaats van jaren aan een stuk dat vanzelfsprekend voorvoegsel te blijven gebruiken kunnen we beter samen op zoek gaan naar hét ICT woord van 2016 want op “She goes ICT” begint ook wat sleet te komen. Sinds de intrede van social media en de digitalisering van marketing is er immers voldoende instroom van vrouwelijk talent. De tijd dat de ICT sector bevolkt was met wereldvreemde nerds is al lang achter de rug. En zelfs Bill Gates, Mark Zuckerberg en –dichterbij huis- Vincent Van Quickenborne zijn intussen aan een lief geraakt. Daar moeten we het dus ook niet meer voor doen. Data News, het parochieblad van deze sector, de Kerk & Leven van digitaal Vlaanderen is daarom op zoek naar een opvolger voor “She goes ICT” en heeft mij een vrijgeleide gegeven.

Vanaf dit jaar krijg ik maandelijks 5000 karakters (1 slecht karakter heb ik al, sic) en mag ik me laten gaan. Als een nar of misschien wel als een enfant terrible. Ik ga het natuurlijk niet hebben over al die technologietrends en de opinies van velen daarover. Want technologietrends en de daarmee samenhangende opinies zijn doorgaans fout. Zo kent ieder van ons wel een paar voorbeelden. Mijn favoriet? De cost-of-ownership die telkens afneemt. Hoor ik al 30 jaar. Als dat correct is hadden we nu allemaal een gratis iPhone in onze handen. Waar ik het wel over ga hebben? Over Vlaanderen, internationaal, digitaal, management, ondernemerschap en natuurlijk over … “het ICT woord van de maand”.

Hier zijn we met de eerste nominatie. “Digibesitas” zag het licht op 14 januari 2016 tijdens de publicatie van het nieuwe iMinds digiMeter-rapport (ongelovigen kunnen het woord altijd googlen). Digibesitas betreft een overconsumptie van digitale informatie. “Klassieke media zoals tv en sms blijven het goed doen, en tegelijkertijd worden er steeds meer (over-the-top) internetdiensten zoals Netflix, Facebook Messenger en WhatsApp geconsumeerd. En dat ondanks het feit dat een dag nog steeds maar 24u telt,” zegt Prof. Lieven De Marez (iMinds – MICT – Ugent). Alsof digital natives en millennials nog niet vies genoeg klinken, dreigen de dragers van deze namen ook nog eens opgezadeld te worden met de vieze digibesitas ziekte. Tja, het moest ervan komen; ooit waren het teenagers, vandaag zijn het screenagers geworden. Van televisie-kijkers en radio-luisteraars naar digitale kluisteraars was een logische stap. Helemaal alleen met vele schermen. In intiem contact met de oneindige virtuele wereld.

Erger nog, digibesitas is een virus dat ons allemaal besmet heeft. We nemen een binnenkomende telefoon alsof het de prioriteit heeft van een noodoproep terwijl we met iemand anders in een diepgaand face-to-face gesprek zijn. Werknemers zitten in vergaderingen meer naar het scherm van hun smartphone te kijken dan naar het gezicht van hun collega’s. In plaats van te connecteren met de mensen rondom de tafel en efficiënt te vergaderen blijft men vluchtig informatie uitwisselen met anderen. Of dat andere soort. Degenen die je mailen en onmiddellijk antwoord verwachten. Alsof je constant in je inbox zit te kijken en niets anders te doen hebt. En dan sturen ze je soms daar bovenop een sms of whatsapp met de boodschap “je hebt mail”.

Mijn wens voor 2016? Wat minder naar elkaar mailen en wat meer met elkaar praten. Of elkaar eens een stevige handdruk geven en elkaar recht in de ogen kijken terwijl je “al het beste voor 2016 en laat ons samen wat digitaal afvallen” echt gemeend aan een lieftallige collega toewenst. Verander de (digitale) wereld, begin met jezelf.

Ik spreek jullie alvast in februari 2017. Op de eerste editie van “The ICT Word of the Year 2016”. In afwachting disable ik volgende maand mijn spellchecker om het woord “selvie” het licht te laten zien.

Bruno Segers
Voorzitter Flanders Investment & Trade
ICT oudstrijder (Digital, Oracle, Lotus, IBM, Microsoft, RealDolmen, IrisPact)

(Deze bijdrage verscheen lichtjes gewijzigd maar onder dezelfde titel op 5 februari 2016 in de maandelijkse “bruno blogt” rubriek van Data News Magazine)

Het wordt tijd dat ik terug ga bloggen

Iemand zei me vandaag, zeer spontaan en totaal ongevraagd, met jou praten is eten en drinken tegelijkertijd. Het was alsof mijn batterij van het leven plots een supercharge kreeg. Ik heb inderdaad te lang gezwegen op dit mooie medium. En ik laat me niet verpakken in 140 Twitter karakters of een populistische Facebook posting. Bloggen is nog steeds de juiste uitlaat. Hier zijn we weer.

TEAM = Together Everyone Achieves More but “There is no I in team” or “There is always an I in a team” ?

16103_10151111924421371_475835148_n

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑